![]() |
concept: PressArt ontwerp: Studio de Rond |
||
| Weetjes uit de natuur De Grote FieClopedie Alles over dassen Geen das om te dragen Iedereen kent ze wel, die vreemde beesten met hun grijze jas en zwart-wit gestreepte snuffelsnuit. Ze zijn familie van de Boommarter, de Bunzing, de Wezel en de Otter, maar lijken er niet erg op. Ook stinkdieren (skunks) in Amerika zijn verre neefjes van de Das. Stinkdieren hebben net als dassen prachtige zwarte en witte strepen en lijken schattige knuffeldiertjes. Tóch zijn de mensen ontzettend bang voor die kleine diertjes. Niet omdat ze kunnen bijten maar omdat ze een vreselijk stinkend goedje op je kunnen spuiten. Eigenlijk hebben alle leden van deze familie dezelfde klier onder hun staart waarmee ze kunnen spuiten, maar de meeste ruiken wat minder erg. Dassen zien er best grappig uit met hun nieuwsgierige kleine oogjes en hun boevenmasker. Ze lopen niet snel en lijken niet erg gevaarlijk, maar pas op!! Een hond die een Das probeert te pakken verliest het meestal. Dassen hebben een bek vol scherpe tanden en vreselijk sterke voorpoten met grote nagels. Ze kunnen ook heel snel zijn als het nodig is. Een volwassen dassenmannetje kan, met de staart erbij geteld, meer dan een meter lang worden en meer dan 15 kilo wegen. Kijk nu maar eens hoe lang en hoe zwaar je zelf bent. Jonge dasjes worden blind en doof geboren met een witte donzige vacht en wegen ongeveer 80 gram, dus maar een beetje zwaarder dan een flink kippenei. Na een paar maanden krijgen ze op hun rug de mooie lange haren waar je een das aan herkent: geel met een stukje zwart en een zilvergrijs puntje. Hun buik is dan helemaal zwart. Smakelijk eten We zien dassen bijna nooit want het zijn nachtdieren. Ze slapen overdag en komen pas in de avond hun hol uit. In de verhalen van Paulus de Boskabouter is Gregorius de Das dan ook een vreselijk slaperig en lui beest. Dassen zijn inderdaad langzame beesten en je kunt ze dan ook geen echte roofdieren noemen. De meeste roofdiertjes uit de familie van de dassen en marters hebben dunne scherpe nageltjes. Daarmee kunnen razendsnel in bomen klimmen om achter vogels of eekhoorns aan te jagen. Dat kan de Das niet. Zijn nagels zijn wel groot, maar niet scherp. De Das heeft een heel ander trucje geleerd om aan voedsel te komen: graven! Het liefst eten dassen regenwormen, en zoals je weet zie je de meeste regenwormen vroeg in de ochtend. Als je graaft vluchten de wormen omhoog omdat ze bang zijn voor mollen. Dassen hoeven in de nacht en ochtend maar een beetje te graven en de lekkere hapjes komen vanzelf tevoorschijn. Als een Das een mol tegenkomt tijdens het graven wordt die meteen ook maar opgesmikkeld, net als jonge konijntjes en muizen. Dassen zijn ook dol op kevers, slakken, vruchten, noten en zelfs paddestoelen. Omdat ze zo geweldig kunnen graven vinden ze onder de grond knollen, dikke keverlarven en als ze geluk hebben een wespennest of hommelnest. Ze smullen niet alleen van de jonge wespen- of hommellarfjes, maar vooral ook van de hommelhoning. Eigenlijk lijken ze dus wel een beetje op Poeh-beren. In de winter, als de grond bevroren is eten ze eikels en proberen larven te vinden in dode bomen. Het is dus goed voor dassen als niet alle dode bomen opgeruimd worden door de mensen. Dassenburcht of zwijnenstal? Marters en bunzings wonen in oude nesten van andere dieren. Dassen hoeven niet te zoeken naar een oud nest maar kunnen er zelf een graven. Ze willen niet zomaar overal wonen: hun hol moet in een bos liggen, maar dat bos mag niet te donker zijn en er moeten grasvelden in de buurt liggen. Niet omdat ze van voetballen houden maar voor verse regenwormen natuurlijk. De grond moet ook los zijn zodat ze makkelijk kunnen graven en het liefst wonen ze dicht bij een rivier. Geen wonder dat ze zeldzaam zijn. Waar vind je dat allemaal op één plaats bij elkaar? De woning van een dassenfamilie noemen we een dassenburcht. Een burcht is een oude naam voor een kasteel, maar eigenlijk is een dassenwoning niet meer dan een verzameling donkere holen met allerlei gangen naar buiten. Die holen (ketels) zijn bekleed met vloerbedekking gemaakt van mos, bladeren en dennennaalden. Als moeder Das het in huis niet fris meer vindt wordt er nieuwe vloerbedekking gehaald. Dat trekken ze met de bek achteruit lopend het hol in. Er leven gewoonlijk 3 tot 6 dassen in een burcht, waarvan één mannetje de baas is. In februari of maart worden de jonge dasjes geboren, meestal 3 of 4, maar soms zelfs 6 tegelijk bij één moeder. In hele grote burchten kunnen in de tijd dat er jongen zijn wel 20 dassen wonen. Na ongeveer twee jaar zijn de jonge mannetjes oud genoeg om de wijde wereld in te trekken maar de jonge vrouwtjes blijven nog lang bij hun ouders. Een dassenburcht ziet er van buiten veel minder netjes uit dan een vossenhol. Het is een rommeltje van gaten en zandheuvels en overal ligt troep en dassenhaar. Je kunt het ook rustig een zwijnenstal noemen. Toch vinden dassen het zó prettig in hun rommelige burcht dat ze er vele jaren blijven wonen. Er zijn plaatsen bekend waar al meer dan 100 jaar een dassenfamilie op precies dezelfde plek zit. Een burcht heeft vaak zoveel ruimte dat ook andere dieren er bij gaan inwonen: muizen, konijnen en zelfs vossen. Dat vinden de dassen geen probleem. Altijd wat te eten in huis! Dassen zijn echte gezellige dieren en doen in de avond gewoonlijk allerlei dingen samen: ze vlooien elkaar, graven samen nieuwe gangen en zoeken ook soms samen voedsel. Vreemde gewoonten Een dassenfamilie heeft een groot gebied nodig om voedsel in te vinden. Ze kunnen soms wel kilometers van hun burcht op zoek gaan naar voedsel. Dat gebied willen ze voor zichzelf houden en andere dassenfamilies worden daar weggejaagd. Honden plassen tegen bomen om aan andere honden duidelijk te maken waar zij de baas zijn. Een das heeft daar weer een heel aparte manier voor: hij graaft overal kuiltjes en poept erin. Soms laat hij er ook andere gezinsleden in poepen. Als het gat half gevuld is laten de dassen het achter zonder er zand overheen te doen. In de buurt van hun woning en aan de rand van hun leefgebied vind je overal van die open kuiltjes. Het is alsof de dassen willen laten zien hoe lekker ze gegeten hebben: de poep kan geel, groen of zwart zijn, dik of dun. Wat zullen die dassenkindjes vaak met poep aan hun schoenen thuiskomen! Alsof dat nog niet gek genoeg is spuiten dassen ook nog een stinkend spul (muskus) aan de randen van het stuk land waar ze de baas zijn. In de avond, als de dassen uit hun hol komen sproeien ze elkaar ook nog eens vrolijk in met die muskus. Ze kunnen elkaar daarna ook in het stikdonker nog herkennen. Dassen lijken door hun vieze gewoontes en hun gewroet in de grond wel wat op varkens: de mannetjes worden daarom beertjes genoemd en de vrouwtjes zeugjes. Zeldzame beesten In ons land leven nu meer dan drieduizend dassen. Ook in de provincie Utrecht wonen een paar families. Dat is niet altijd zo geweest. In 1980 ging het echt heel erg slecht met de Das. Er waren er toen nog maar iets meer dan duizend over in ons land. Dat kwam door de vele autowegen, de groter wordende steden, vervuild water en het vergif dat de boeren gebruikten. Ook werd er vroeger op dassen gejaagd: van hun lange grijze haren werden scheerkwasten en verfkwasten gemaakt. Boeren vonden het niet prettig dat dassen hun knollen, tarwe en maïs opaten. Er is zelfs een tijd geweest dat men dacht dat dassen ziektes overbrachten op koeien. In 1981 werd de stichting Das & Boom opgericht en vanaf dat moment werd er weer veel gedaan om de Das te beschermen. Dassen kunnen 20 jaar oud worden, maar dat lukt alleen in gevangenschap. Gewoonlijk worden ze in het wild niet veel ouder dan 6 jaar. Volwassen dassen hebben niet veel vijanden maar worden vaak slachtoffer van het autoverkeer. Wildtunnels en ecoducten zijn dus heel belangrijk voor onze dassen. Neefjes en nichtjes van de dassen Voor de bollebozen die alles heel precies willen weten voor een werkstuk zijn hier nog wat Latijnse namen: Mustelidae (marterachtigen) Lutrinae (otters) Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites: Stichting Das & Boom Leesdas (SchoolTV): leerzame spelletjes voor kleuters De Das (Lionne Reijsbergen) [pagina opgeheven] De Das, overzichtspagina [pagina opgeheven] Dassen in Vlaams-Brabant [pagina opgeheven] Dassen (Natuurinformatie.nl) Dassen en Stinkdieren (Zoekheteensop) Marterachtigen (Frettenclub.nl) [pagina opgeheven] marterachtigen (Mijn Lievelingsdier) Boommarter (Mitchell Hupkens) terug naar de vorige pagina |
|||