titel Fietje Waarom concept: PressArt
ontwerp: NaturalMedia

Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie


Alles over ijsvogels

herfst 2007



Rare vogel
De ijsvogel ziet er heel apart uit: Met zijn prachtige kleurtjes lijkt het wel een vogel die uit de dierenwinkel is niet ontsnapt, maar dat is niet zo: ijsvogels leven al duizenden jaren in ons land.

Hij is bijna even groot als een spreeuw, maar dan wél een spreeuw in een carnavalspakje. Van voren zit een veel te grote snavel en van achteren een piepklein staartje.

zittende ijsvogel

Onze ijsvogel komt ook voor in de meeste andere landen van Europa, en zelfs veel verder dan Rusland, tot in Japan en India.
Over de hele wereld zijn er ongeveer 90 verschillende soorten ijsvogels. Ze zijn bijna allemaal prachtig gekleurd en hebben ongeveer dezelfde grote, scherpe snavel. Je herkent ze ook aan dat korte kuifje op hun achterhoofd, dat onze ijsvogel zo nu en dan opzet van verbazing. De meeste soorten hebben een gewone lange staart.

Ook de verre neefjes van de ijsvogel die wel eens in Nederland komen, zoals de scharrelaar, de hop en de bijeneter, hebben schitterende kleuren.

Levend pijltje
IJsvogels zitten vaak op de uitkijk op een tak die boven het water hangt of een paaltje. Ze zoeken dan over het water naar visjes, salamanders, kikkers of insecten. Het liefst gaan ze op een plek zitten waar veel bomen langs het water staan. De bomen zorgen ervoor dat de zon niet in het water schijnt en de golfjes niet schitteren. IJsvogels hebben namelijk geen zonnebrillen. Elke ijsvogel heeft een vaste 'stek'.

Als een visje zich laat zien duikt de ijsvogel van de tak af en laat zich als een pijltje in het water vallen. Om nog sneller te vallen slaat hij vaak ook nog een paar keer met zijn vleugels. Onder water pakt hij het visje met zijn snavel en gaat meteen weer naar boven. Als hij half boven water is zet hij zich met een korte vleugelslag af tegen het oppervlak. Alsof hij helemaal niet nat geworden is vliegt de ijsvogel recht omhoog uit het water en gaat weer op zijn tak zitten.
duikende ijsvogel
Als de prooi vanaf de tak niet duidelijk te zien is vliegt de ijsvogel erheen. Hij blijft dan boven de plek even doodstil hangen met snel wapperende vleugels, net als een kolibrie. Dat doet bijvoorbeeld de torenvalk ook. We noemen het 'bidden'. Ook als hij op zo'n plek hangt kan een ijsvogel zich als een pijl uit de boog naar beneden laten vallen.

IJdeltuit
Het verenpak van de ijsvogel is waterdicht. Om dat zo te houden moet het regelmatig ingevet worden. Vogels hebben daarvoor een speciaal kliertje onder hun staart een soort bijenwas kan aanmaken. Alle veren worden er met de snavel mee ingesmeerd. IJsvogels doen dat wel zes keer opnieuw per dag. Ze zijn dan zeker een kwartier bezig om elk veertje te poetsen en in te vetten. Daarbij zie je ze vaak een vreemde beweging maken: met hun korte vleugeltjes aaien ze snel over hun kop, alsof ze hun haar even willen kammen.

Weinig andere vogels graven in zand en duiken ook nog eens in het water. Zand tussen je veren geeft openingen waardoor het water makkelijk kan binnenkomen. Daarom gaan ijsvogels overdreven veel in bad. Als je een ijsvogeltje wel 20 keer achterelkaar ziet duiken jaagt hij niet op visjes maar is hij aan het badderen.

Last van graatjes
Een ijsvogeltje kan vissen doorslikken die half zo lang zijn als hij zelf is. Het enige waar hij op moet letten zijn de graatjes. De kop van een vis moet altijd het eerst naar binnen, anders blijven de vinnen steken in zijn keel. Een vis die verkeerd in zijn bek zit moet daarom eerst omgedraaid worden. Als een volleerde koekenbakker gooit hij het visje omhoog en vangt hem omgekeerd weer op. Zo glijdt hij lekker naar binnen.

Voordat de vis kan worden opgegeten moet hij wat rustig worden. De ijsvogel houdt niet van vissen die rondzwemmen of kikkers die rondspringen in zijn buik. De vis, kikker of salamander wordt eerst even flink tegen de boomtak geslagen totdat hij sterretjes ziet. Dan pas mag hij een salto maken en met zijn neus vooruit naar binnen glijden.
omdraaien van een visje

Botjes, graatjes en vinnen geven flinke buikpijn als ze in de nauwe vogeldarmpjes terecht komen. Daarom gaan die terug naar boven als een braakbal. Dat kennen we nog wel van het verhaal over de uilen.

Te opvallend?
Je zou denken dat vissen schrikken van zo’n fel gekleurde clown, maar van onderen valt de ijsvogel helemaal niet zo op. Als hij op een takje in de schaduw zit lijkt zijn oranje buikje net zo bruin als de bast van de boom. Vissen kunnen hem dan bijna niet zien.

Als de ijsvogel vliegt hoeft hij alleen bang te zijn voor hele snelle roofvogels, zoals sperwers. Maar op zijn rug is hij net zo blauw gekleurd als het heldere water van een beek. Ook roofvogels kunnen hem niet makkelijk zien. Je ziet een vliegend ijsvogeltje eigenlijk alleen als een lichtblauw streepje over het water schieten.

Alleen van opzij, als er geen takken om hem heen zijn, is de ijsvogel erg bont gekleurd, en herken je hem meteen. Tussen de takken lijken de witte vlekken op de wangen en hals op gewone lichtvlekjes, en kun je de vogel eigenlijk nog moeilijker herkennen dan zonder dat wit.
snavels van vrouwtje en mannetje De mannetjes van veel vogelsoorten zijn mooier gekleurd dan de vrouwtjes. Dat is bij ijsvogels niet zo: Het duidelijkste verschil zit in de kleur van de ondersnavel. Die is bij de mannetjes zwart en bij de vrouwtjes roodbruin.

Haksnavel, harkpootjes en schepstaart
IJsvogels maken hun nestjes in de oevers van rivieren, beken of sloten. Samen met oeverzwaluwen zijn het de enige vogels in ons land die voor hun nest een hol in de grond graven. Om het bunzingen, hermelijnen of wezels moeilijk te maken kiest de ijsvogel een plekje uit in een steile, kale oeverwand. Voor marterachtigen is het erg lastig om langs zo'n helling met los zand naar boven te klimmen.

In Nederland zijn er niet zoveel steile oevers met kaal zand. Meestal worden de kanten van sloten of kanalen verstevigd met hout, stenen of gras. Toen de mensen zich nog niet bemoeiden met de oevers van rivieren of beekjes waren er veel kale stukken langs het water. De rivier spoelde van onderen zo veel zand weg dat er soms grote stukken van de oever af braken. Dan had de ijsvogel weer een mooie plek om holen in te graven. Langs rivieren en beken vind je vaak omgevallen bomen. De grond is er onder vandaan gespoeld maar tussen de wortels zit nog veel zand. Daar nestelt de ijsvogel ook graag in.
gravende ijsvogelDe ijsvogels gebruiken hun grote snavel om een gang in de aarde te hakken. Het zand harken ze steeds weg met hun pootjes en schuiven het dan naar buiten met hun korte staartje. Daarna zitten ze zó vol zand dat ze nodig in bad moeten. Gewoon weer een duik nemen dus. Om beter te kunnen graven zijn hun voorste tenen voor de helft aan elkaar vastgegroeid.

Graven doen het mannetje en het vrouwtje ombeurten. Als de ene graaft zit de andere op de uitkijk.
Aan het eind van een lange gang maken ze een nestholte. Je kunt zien dat de vogels klaar zijn met graven als ze niet meer achterstevoren naar buiten komen. In de nestholte kunnen ze dan draaien.
In maart legt het vrouwtje ongeveer 6 witte eieren in de nestholte. Ze legt de eieren zomaar op het kale zand, zonder veertjes of mosjes.
De nestgang loopt altijd een beetje schuin omhoog zodat regenwater niet naar binnen kan lopen. De nestholte mag alleen niet te dicht onder het gras komen te liggen: een vos kan de jongen dan horen en het nest van boven uitgraven.

Na ongeveer drie weken komen de eerste jongen uit het ei. Ze zitten in een kransje met de staartjes tegen elkaar en de snaveltjes naar buiten. Als het kuiken dat bij de nestgang zit te eten heeft gekregen draait het kransje een stukje rond en komt het volgende kuiken voor de ingang. Zo krijgen ze allemaal om de beurt te eten.

Na nog eens drie of vier weken zijn alle jonge ijsvogels het nest uit en kunnen de oudervogels een nieuw nest beginnen. Daarvoor graven ze ook weer een gang.
De jongen van het eerste nest worden nog een tijdje gevoerd door de ouders, maar als ze groot genoeg zijn mogen ze niet meer in de buurt blijven. Het oude ijsvogelpaartje jaagt hun eigen kinderen dan weg. Alle vis in de buurt hebben ze nodig voor de nieuwe kuikentjes, en dan kun je die grote eters niet in je viswater hebben.

Burenruzie
IJsvogels leven niet in groepen. In de zomer verdedigt elk ijsvogelpaartje hun gebied tegen indringers, maar in de winter gaan de paartjes weer uit elkaar. Het mannetje en het vrouwtjes gaan dan elk in een ander deel van het gebied zitten dat ze in de zomer samen verdedigden. Het lijkt dan alsof ze elkaar niet meer kennen, en ook hun kinderen niet. Elke andere ijsvogel zien ze als een vijand die vis uit hun stukje water komt roven. Daar kunnen hevige ruzies van komen, waarbij de vogels elkaar krijsend achterna zitten.

In de winter trekken onze ijsvogels niet echt weg, maar een aantal gaat wel zwerven. We krijgen soms bezoek van ijsvogels uit Noorwegen en Zweden, waar de rivieren en meren vaak een paar maanden bevroren zijn en ze dus geen voedsel kunnen vinden. Sommige dieren trekken naar zee. Het zoute zeewater bevriest veel minder makkelijk dan het zoete water van meren en riviertjes.

Project IJsvogel
De naam 'ijsvogel' betekent dus niet dat ze winters met veel ijs erg prettig vinden. Zelfs in ons land sterven de meeste ijsvogels in koude winters wanneer het ijs lang op de sloten en plassen ligt.
Hoewel ijsvogels zeker 15 jaar oud kunnen worden leven ze in de natuur niet veel langer dan twee jaar. Een tijd lang zag je in Nederland steeds minder ijsvogels. Dat kwam door de watervervuiling en het verharden van oevers. Om deze prachtige vogeltjes een handje te helpen is in 1995 het Project IJsvogel bedacht. Natuurbescherming en terreinbeheerders gingen samenwerken en maakten afspraken. Oevers van rivieren, beken en kanalen werden natuurlijker gemaakt zodat de ijsvogels er weer konden nestelen en door het schonere water vonden de vogels weer voldoende voedsel.



De wetenschappelijke namen voor de echte Pietje Precies:

Vogels (klasse Aves)

Scharrelaarvogels (orde Coraciiformes)

IJsvogels (familie Alcedinidae)
IJsvogel - Alcedo atthis (Linnaeus 1758)

Scharrelaars (familie Coraciidae)
Scharrelaar - Coracias garrulus Linnaeus 1758

Bijeneters (familie Meropidae)
Bijeneter - Merops apiaster Linnaeus 1758

Hoppen (familie Upupidae)
Hop - Upupa epops Linnaeus 1758



Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites:

IJsvogels.nl - Corné van Oosterhout. Heel veel informatie over ijsvogels. Kijk vooral even bij de video's (onder multimedia).
IJsvogels - Cees Buys. Foto's van ijsvogeltjes in allerlei houdingen.
IJsvogels - Fred van Wijk. Een pagina vol foto's die je kunt uitvergroten. Kijk eens naar het 'jongleren' met een visje.
Fiche - De ijsvogel - Belgische kinderwebsite van het Wereldnatuurfonds.
SOVON Nederland - zie waar ijsvogels in Nederland broeden.
Vogelbescherming Nederland - Een ijsvogel op de kleurplaat 'wetland'
Kookaburra - De Australische neefjes van de ijsvogel. Schrik niet van hun geluid!


terug naar de vorige pagina

klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen