titel Fietje Waarom concept: PressArt
ontwerp: NaturalMedia
Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie


Alles over marters

voorjaar 2007


Drukke familie
Samen met wezels, hermelijnen, otters en bunzingen horen marters bij de familie van de marterachtigen. Alle soorten van die marterfamilie zijn bewegelijke, soepele beestjes. Met hun lange lijf en korte pootjes kunnen ze bijna overal in en onderdoor kruipen. Boommarters zijn goed in klimmen, maar wezels, hermelijnen en bunzingen blijven liever op de grond. Otters en nertsen houden van water. Allemaal kruipen ze met het grootste gemak door nauwe, bochtige gangen. Hun lichaam lijkt wel van elastiek, behalve dat van de das misschien.

De meeste marterachtigen zijn felle jagers, met scherpe tanden in hun kleine bekjes. Ze jagen op muizen, konijnen of andere dieren die in holen wonen met nauwe gangen. Het zijn nieuwsgierige, pientere diertjes. De mannetjes van de meeste soorten hebben een klier onder hun staart waarmee ze een stinkend goedje kunnen spuiten. Daarmee maken ze duidelijk waar ze de baas zijn, maar ze gebruiken het ook tegen vijanden.

Goed in hun vel
De vacht van veel marterachtigen is erg warm en zacht. De haren zijn sterk en mooi glanzend. Je kent vast wel die koningsmantels uit de sprookjes; wit met kleine zwarte driehoekjes. Die zwarte puntjes zijn de staartpunten van de hermelijntjes waar zo'n mantel van gemaakt werd.

Dikke, donkerbruine bontjassen zijn meestal gemaakt van nertsenvacht. Dierenliefhebbers vinden mantels van nerts maar snert, want nertsenfokkers houden de dieren vaak in veel te kleine kooitjes.

Kunstenaars die fijne lijntjes moeten schilderen gebruiken penselen van marterhaar. De haren van marters zijn prachtig recht en eindigen in een scherp puntje. Als een marterharen penseel nat wordt blijft hij stevig en veerkrachtig. Bij het aquarelleren (schilderen met dunne waterverf) houdt een penseel van marterhaar het water veel beter vast dan de penselen van kunststof haar die er precies op lijken.

Ongezellig
Je zult niet snel een kudde marters of wezels zien. Ze jagen het liefst alleen, en lijken daarmee meer op katten dan op honden. Als gezinnetje leven ze wel een poosje bij elkaar, maar als de jongen groot genoeg zijn gaan ze elk een eigen kant op. Elk mannetje en vrouwtje heeft een eigen leefgebied, maar sommige stukjes van een bos of veld kunnen bij het gebied van twee of meer dieren horen. Ze hebben zelden ruzie om grondgebied.


Boommarter

Boommarters zijn donkerbruin met een roomkleurige lichte vlek op hun keel en borst. Ze hebben veel grotere oren dan de meeste andere marterachtigen, waaraan je kunt zien dat ze hun prooi vooral vinden door goed te luisteren. Het zijn de beste klimmers van het bos. Met hun lange, sterke nagels kunnen ze als het ware recht tegen de boom op lopen. Als je fijne krasjes op de bast van een boom ziet zouden dat wel eens sporen van boommarters kunnen zijn.
boommarter

Iets wat ze graag doen is overspringen van boom naar boom. Sprongen van wel vier meter zijn een makkie voor deze acrobaten. Die staart van marters is niet voor niets zo dik en pluizig: als een marter springt kan hij met zijn staart sturen. De staart weegt heel weinig, maar houdt veel lucht tegen. Precies zo werkt het bij een dartpijltje en een badminton-shuttle: de veertjes willen achterblijven zodat de neus altijd naar voren wijst.
Een boommarter verraadt niet graag waar zijn hol is, dus klimt hij liever eerst in een andere boom omhoog om pas op het laatste moment naar zijn hol over te springen.


Dat hol kan een oud spechtengat zijn of een oud roofvogel- of duivennest. Vaak heeft er al een eekhoornfamilie in een spechtengat gewoond. Ook in nestkastjes die voor vogels bedoeld zijn willen wel eens marters gaan wonen.

marterjongen in boomhol

Drol op een stokje
In het verhaal over de dassen hebben we het al gehad over vreemde manieren. Dassen en marters laten graag aan hun soortgenoten zien waar ze de baas zijn door op vreemde plekken te poepen. Dan zie je goed dat ze familie van elkaar zijn. We vertelden dat dassen in open kuiltjes poepen aan de rand van hun gebied. Een mannetje van de boommarter kiest een vork tussen twee of drie dikke boomtakken uit, en legt daar keurig een hoopje op. Zo kan iedereen zien en ruiken wie er de baas is. Niet schudden aan die boom dus!



Boommarters graven geen kuiltjes. Ze gebruiken hun dunne scherpe nageltjes om te klimmen dus die moeten vlijmscherp blijven. Je kunt wel zeggen dat boommarters net zo graag met hun nagels in de grond zitten als je oudere zus die haar nagels net gelakt heeft.

Broodje eekhoorn
Het belangrijkste voedsel voor boommarters is eekhoornvlees. Daarom zijn ze zo goed in klimmen. Eekhoorns leven vooral in bossen met dennen, sparren en eiken. Die bomen groeien vooral goed op droge zandgrond. In de provincies met veel natte klei of veengrond vind je weinig dennenbossen, en dus ook weinig eekhoorns of boommarters. In de provincie Utrecht leven er gelukkig heel wat.

Boommarters komen geregeld op de grond. Daar jagen ze op muizen en konijnen, vogels en zelfs kikkers. In het voorjaar lusten ze ook wel een eitje uit een vogelnest.

mispoes!

Als de muizen en eekhoorns in winterslaap zijn moeten boommarters naar ander voedsel zoeken. Ze eten dan bijvoorbeeld wormen, keverlarven, vlinderpoppen, bessen of zelfs paddenstoelen. In plaats van een broodje eekhoorn wordt het dan een sneetje eekhoorntjesbrood (eetbare paddenstoel). Als het echt moeilijk wordt weten ze achter boomschors dikke kevers te vinden en maken ze bijennesten in boomstammen open voor de honing.

Rotkatten
Pas wanneer het donker begint te worden gaan boommarters op pad om te jagen. Daarom zie je ze niet vaak. In de zomer kun je marterfamilies nog wel eens overdag zien als de jongen met elkaar stoeien. Je hoort marters niet veel geluid maken, behalve aan het eind van de zomer. Dan zoeken de mannetjes naar vrouwtjes, en mauwen ze naar elkaar als katten.
boommarter
Op sokjes
Boommarters hebben, ook weer net als poezen, zachte haren onder hun voeten. Als ze klimmen maken ze bijna geen geluid. Eekhoorns kunnen ze daarom niet goed horen aankomen. Als je onder de poot van een boommarter kijkt zie je maar hele kleine stukjes kale teen. Bij een steenmarter zijn die kale stukken veel groter, net als bij een hond. De steenmarter loopt ook veel meer over zand en stenen. Dan kun je beter op schoenen lopen dan op sokken.


Steenmarter

Steenmarters lijken sterk op boommarters, maar er zijn een paar verschillen. Ze hebben ook een donkerbruine vacht met een wollige staart, maar de vlek op hun keel is witter dan die van de boommarter. Vaak zit onder in die vlek een bruine streep. Verder is hun neusje niet donkerbruin maar roze en ze hebben kleinere oren en een korter snuitje.
steenmarterDe steenmarter jaagt meer op de grond, en heeft harder, grotere voetzolen dan de boommarter, maar hij kan ook best klimmen als het moet.

Steenmarters komen dichter bij mensen in de buurt. Soms wil een steenmarterfamilie wel eens in een schuurtje of op een zolder gaan wonen. Er is zelfs wel eens een nest gevonden onder de motorkap van een auto die lang niet gebruikt was.

Als steenmarters ergens komen wonen kun je dat niet alleen horen, maar ook ruiken. Ze spuiten op allerlei plaatsen een stinkend goedje met de klier onder hun staart om iedereen te laten weten dat ze er zijn.

Steenmarters leven ongeveer van dezelfde dieren en vruchten als boommarters. Ze jagen het liefst aan de rand van loofbossen en op rotsige heuvels. Steden lijken voor marters wel wat op rotsachtige heuvels, dus daar zijn ze niet bang voor. Kippen- en duivenhokken zijn voor steenmarters als hamburgerrestaurants voor kleine mensjes: je hoeft er alleen maar naar binnen te gaan en aan te wijzen wat je wilt eten.


Bunzing

Dit is een soort die ook weer bruin is, en die we dus zouden kunnen verwarren met een marter of een nerts. De bunzing is donkerbruin met geelbruine vlekken op rug en achterpoten. Hij heeft een soort clownsgezicht met helderwitte vlekken op zijn snuit en wangen. Ook zijn ronde oortjes hebben een wit randje.
bunzing
De bunzing houdt van moerassen en rivieroevers met veel struiken en bomen. Het is een echte Hollandse soort en we kunnen hem ook in onze tuintjes tegenkomen. Hij kan met gemak onder de schutting doorkruipen en zomaar even een kijkje nemen. Het zijn brutale beestjes.

Ze jagen op bijna alle soorten dieren uit hun omgeving: muizen, kikkers, vogels, wormen, insecten, maar eten soms ook dode dieren. Rond hun hol leggen bunzingen vaak een voorraadje dode of verlamde dieren neer die ze gevangen hebben. Een bunzinghol kan daardoor alleen al enorm gaan stinken. bunzingen spuiten daarbij ook nog op veel plaatsen hun stinkende geurspray. Al die stank bij elkaar zorgt er voor dat bunzingholen soms weggehaald moeten worden omdat de mensen in de buurt er teveel last van hebben. Verder zijn ze niet gevaarlijk en helpen juist bij het opruimen van muizen en ratten.

Bunzingen kunnen wonen in holle bomen, oude konijnen- of vossenholen, of gewoon een opening tussen een paar stenen. Soms graven ze hun hol zelf, en leggen er dan mos of gras in om warm en zacht te kunnen liggen.


Fret

De fret is eigenlijk een witte bunzing. Mensen hebben al duizenden jaren lang fretten als huisdier gehouden. Ze zijn dus veel makkelijker tam te maken dan bunzingen. Fretten worden niet alleen gehouden omdat ze zo grappig zijn, maar vooral om mee op konijnen te jagen. De fret kruipt het konijnenhol binnen en jaagt het konijn eruit. Voor alle uitgangen van het konijnenhol heeft de jager dan netten gespannen om het konijn te vangen.
Een probleem is dat fretten, net als bunzingen, nog steeds behoorlijk kunnen stinken.


Nerts

De Europese nerts heeft ook dikke donkerbruine vacht, maar heeft geen slabbetje om. Er zit alleen een kleine witte vlek onder zijn neus en op zijn kin. Nertsen kunnen goed zwemmen en houden van water. Net als otters hebben ze kleine zwemvliezen tussen hun tenen.
nerts
Het belangrijkste voedsel voor de nerts vindt hij bij het water. Woelmuizen en waterratten, watervogels, vissen, kikkers, waterslakken en waterinsecten. Nertsen vinden het geen probleem om te graven. Hun hol ligt meestal dicht bij de waterkant.

Lang geleden kwamen deze dieren nog in Nederland voor, maar er is zo erg op ze gejaagd dat nertsen alleen nog maar leven op een paar kleine plekjes in Zuid-Europa en in de grote natuurgebieden van Rusland. In Nederland hebben nertsen dezelfde problemen gehad als bevers: de meeste rivieren en meren liggen niet meer midden in de vrije natuur, maar lopen nu door weilanden of akkers, waar nertsen niets meer kunnen vinden om te eten of in te wonen.

Een heel ander probleem is de Amerikaanse nerts geworden. Die werd door fokkers naar Europa gehaald en ontsnapte zo nu en dan. De Amerikaanse nerts is groter en sterker dan de Europese nerts, en als die twee met elkaar vechten raakt onze Europese soort vaak levensgevaarlijk gewond. Ze eten ongeveer hetzelfde, en er komen dus langzaam steeds meer Amerikaanse dan Europese nertsen voor in Europa.


Hermelijn

De hermelijn is een roodbruine soort met witte buik. Zijn staart heeft een zwart puntje. Zijn wintervacht is helemaal wit, behalve het zwarte staartpuntje. Ze zijn niet voor niets wit in de winter: daardoor zien muizen ze minder goed in de sneeuw.
hermelijn
Hermelijnen zijn echte muizenjagers en een stuk kleiner dan marters of bunzingen. Ze willen soms ook wel eens een vogel of konijn pakken.

Ook hermelijnen wonen in holle bomen of oude holen van de dieren waarop ze jagen. Als vloerbedekking kiezen ze vaak muizenhaar.

Hermelijnen hebben een manier van huppelen waarmee ze heel makkelijk vooruitkomen in zachte sneeuw. Hermelijnen vind je vooral in de koude delen van Europa, Azië en Amerika.


Wezel

Onze kleinste marterachtige is de wezel. Met zijn roodbruine rug en witte buik lijkt hij een beetje op de hermelijn, maar hij wordt niet groter dan 20 centimeter (zonder staart), terwijl de hermelijn 30 centimeter kan worden. Wezels hebben een iets kleinere staart zonder zwarte punt.

wezel
In het koude noorden van Europa leven iets kleinere wezels die in de winter net als hermelijnen een witte vacht krijgen. Onze wezels blijven in de winter roodbruin.


"Zo bang als een wezel" wordt wel eens gezegd. Wezels zijn wel klein, maar absoluut niet bang uitgevallen. Ze jagen op allerlei muizen en vogels, maar vallen zelfs konijnen aan die veel groter zijn dan zij zelf. Wezels eten daarnaast kikkers, hagedissen, eieren en insecten.

Wezels kiezen net als hermelijnen meestal een hol uit van een dier waar ze op jagen. Ook zij bedekken de vloer met een kleedje van warm muizenhaar.



De wetenschappelijke namen voor de echte Pietje Precies:

Roofdieren (orde Carnivora)

Marterachtigen (familie Musteldae)

Marterachtigen (onderfamilie Mustelinae)

Hermelijnen, wezels en bunzingen
Wezel - Mustela nivalis Linnaeus, 1766
Hermelijn - Mustela erminea Linnaeus, 1758
Europese bunzing - Mustela putorius Linnaeus, 1758
[
Fret - Mustela putorius furo]
Europese nerts - Mustela lutreola Linnaeus, 1761

Marters
Boommarter - Martes martes (Linnaeus, 1758)
Steenmarter - Martes foina (Erxleben, 1777)

Otters (onderfamilie Lutrinae)

Otter - Lutra lutra (Linnaeus, 1778)

Dassen (onderfamilie Melinae)

Europese das - Meles meles Linnaeus 1758



Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites:

Meer over boommarters.
[pagina opgeheven]
Zoogdieren van Opsterland. Ook diernamen in het Fries
Wat voor last kun je hebben van marters?
Hoe raak je marters kwijt?
Marterharen penselen. Ook penselen van dassen, wezels en eekhoorns

De Hazelnootridders. Een spel met eekhoorns en een marter
Trilva Bont: bontjassen.
[pagina opgeheven]
Bont voor dieren. Actie tegen de bontindustrie.

terug naar de vorige pagina

klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen