Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie
Alles over grondbroeders
voorjaar 2008
Droog zand
Vliegbasis Soesterberg ligt op droge zandgrond. Boeren vinden daar niet veel aan. Om koeien te laten grazen op lekker mal gras moet je veel mest en water op het zand sproeien. Dat kost een boer veel geld.
Gelukkig maar... veel mooie natuur heeft geen mest en water nodig.
Op de heide leven dieren die je niet zult vinden in andere gebiedjes. We hebben in een vorige FieClopedie al gezien dat de zandhagedis tussen de heidestruiken leeft. Je zult hem niet snel vinden in weilanden op natte kleigrond. De insecten die hij vangt leven ook weer van planten die alleen willen groeien op droog zand met niet teveel plantenvoedsel in de bodem. Als je die plantjes mest zou geven worden ze er zelfs ziek van.
Veel vogels die we op heide vinden jagen ook op insecten. Er is ook niet veel anders te vinden. De grond is er te droog voor veel planten die lekkere vruchten of nootjes dragen. Schapengras, heide en brem kunnen best leven op droge zandgrond, maar daar hebben vogels niet veel aan. Een paar speciale insecten, zoals sprinkhanen en rupsen, lusten de magere blaadjes van die planten nog wel.
Kamperende kuikens
Vogels die leven in kale heidevelden en droge, zandige graslanden kunnen geen nest in een boom maken. Ze zoeken een veilig plekje tussen lage struikjes of in het hoge gras en maken daar een nestje. De grond is er droog, dus de kuikens zullen er niet snel nat worden. Regenwater zakt makkelijk door het zand naar beneden en na een regenbui zijn er al snel geen plassen meer. De zon kan goed bij de grond komen. Er zijn bijna geen bomen die schaduw op het gras laten vallen. Struiken als heide en kruipwilg hebben veel korte takjes en blaadjes waar de wind niet makkelijk doorheen waait. De grassen zijn er juist lang en stevig. Zo zijn kuikentjes op de grond goed beschermd tegen de wind. Ze hebben geen tentje en slaapzak meer nodig.
Boeven op de loer
Het grootste probleem dat vogels hebben als ze op de grond broeden zijn hun vijanden. Vossen, wezels, hermelijnen en roofvogels lusten graag een kuikentje van een kleine zangvogel. Dan is er ook nog de koekoek, een vogel die haar ei in het nest van een andere vogel legt wanneer die even weg is. Een slimme manier om niet voor je kindertjes te hoeven zorgen.
Saai jurkje en geen parfum
Vogels die op de grond broeden hebben ook een paar trucs om niet gevonden te worden. De vrouwtjes hebben meestal een saaie bruine streepjesjurk aan en dat is niet voor niets. Roofdieren kunnen ze dan moeilijk tussen het gras zien zitten. Broedende vogels kunnen maar beter nergens naar ruiken. De grote boze wolf en zijn neefje vos kunnen namelijk heel erg goed ruiken. Het is dus maar goed dat de dames tijdens het broeden helemaal niet naar zweet ruiken. Dat komt mooi uit want ze mogen dan ook even geen deodorant gebruiken.

Het vrouwtje van de veldleeuwerik en haar nestje tussen het gras.
Onzichtbaar
Vogels die op de grond broeden leggen meestal eieren met een schutkleur.
Ze hebben grijze, groene of bruine vlekjes. Als moeder even naar de supermarkt gaat lijken het nét kiezelsteentjes. Zo wordt het erg lastig voor de roofdieren om deze paaseitjes te vinden.
De kuikens van bijna alle vogels hebben schutkleuren. Als ze niet bewegen kun je ze bijna niet zien tussen het gras en de steentjes op de grond. Maar als vader of moeder met een lekker hapje op bezoek komen gaan er opeens een paar oranje bekjes open. Heel duidelijk, daar moet het eten in. Stel je eens voor dat je zelf onzichtbaar zou zijn. Je moeder zet dan een bordje minder op tafel!
Opscheppertjes
De mannetjes van vogels die een nestje op de grond maken zijn kleine uitslovertjes. Ze laten zich aan iedereen zien en horen. Het lijkt wel of ze tegen alle vossen en hermelijnen willen zeggen: ‘Kijk naar mij, en zoek maar niet naar mijn vrouwtje daar op de grond.’
Meneer veldleeuwerik maakt een vreselijk kabaal in de lucht. Het mannetje van de roodborsttapuit trekt een kleurig clownspakje aan en klimt hoog in een dunne tak.
Roodborsttapuit
Fietje, kijk kijk...
Als de roodborsttapuit midden in het veld in een dunne tak of stengel is geklommen begint hij hard te zingen. Het lijkt wel alsof hij weet dat Fietje Waarom in de buurt is want zijn liedje klinkt als: "Fiet, kijk kijk... Fiet, kijk kijk...". Zijn zwarte kopje, rode borst en witte vlekken op zijn hals en vleugels zijn zeker geen schutkleuren. iedereen ziet hem meteen tegen het blauw van de lucht.

Zingend mannetje van de roodborsttapuit.
Peutersnaveltjes
De vrouwtjes van de roodborsttapuit zijn bijna net zo gekleurd als de veldleeuwerik: saai lichtbruin met donkere vlekjes. Ze hebben een heel klein beetje roze op hun borst en als je goed kijkt zie je ook dat witte streepje in hun nek dat ook de mannetjes hebben. Kijk eens naar de dunne snavel van dit vogeltje. Die is heel goed te gebruiken als je kleine insecten uit allerlei hoekjes en gaatjes wilt peuteren. Op de heide en het droge zand ziten de insecten vaak goed verscholen.
Vliegenpap met wormen
De roodborsttapuit bouwt haar nest het liefst dicht bij een laag doornstruikje op de grond, en soms ook in het struikje zelf vlak boven de grond. Van binnen is het nest netjes rond gemaakt met dunne grasjes. Van buiten ziet het er rommeliger uit. Ook dat is weer niet voor niets: zo kunnen vijanden niet meteen ziet wat het is.
Het vrouwtje legt vijf of zes lichtblauwe eitjes met lichtbruine vlekjes. De eieren komen na twee weken uit. De kuikens krijgen een heerlijk papje van voorgekauwde insecten en wormen te eten. Geen wonder dat ze na bijna twee weken al het huis uit vluchten. Moeder vind kindertjes verzorgen zo leuk dat ze vaak voor de tweede keer in het jaar eieren legt.
In de herfst zijn alle jonge roodborsttapuiten al zo groot dat ze mee kunnen op wintersportvakantie. Ze vliegen niet veel verder dan Zuid-Frankrijk. Sommige roodborsttapuiten blijven 's winters ook wel in Nederland.

Een vrouwtje van de roodborsttapuit brengt haar kuikentjes een lekkere rups.
Gemaskerde mannen
Andere zangvogeltjes die je op de heide kunt vinden zijn het paapje en de tapuit. De ogen van de mannetjes zijn net als bij de roodborsttapuit verborgen tussen zwarte veertjes, maar ze hebben een lichtgekleurd keeltje. De tapuit heeft een gele buik, het paapje een lichtrode buik. Ook deze vogels eten insecten en broeden op de grond.

De mannetjes van de tapuit en het paapje.
Een mannetje dat erg lijkt op al deze gekleurde zangers is de gekraagde roodstaart. Hij heeft een grijze rug, een rode buik en staart, een wit voorhoofd en een zwart masker met zwarte keel. Dit is een vogel die wel op heide en droge graslanden te zien is, maar niet op de grond. Hij zoekt een holle boom om in te broeden.
Geen eten meer
Vogels die insecten en spinnetjes eten kunnen hier in de winter niets te eten vinden. Dan vliegen er alleen een paar magere wintermugjes en daar kunnen ze niet van leven. Als de winter komt moeten die vogels dus op reis naar warmere landen. Daar is nog genoeg te eten als het hier koud is.
Je kunt bij ons in de winter natuurlijk nog wel wat vogels zien. Het winterkoninkje, het roodborstje en veel mezen blijven in ons land. Ze eten ook het liefst insecten, maar hoeven hun voedsel niet op de heide te vinden. In parken en bossen zitten in de winter nog veel insecten verstopt tussen de dode bladeren, onder de schors van bomen of in dode boomstronken.
Veldleeuwerik
kraaksnavels
Leeuweriken herken je aan hun grappige kuifjes. Graspiepers en boompiepers, die ook in heidevelden leven, lijken wel wat op de veldleeuwerik. Ze zijn ook lichtbruin met donkere streepjes maar hebben geen kuifje.
Leeuweriken hebben ook een dikkere snavel dan veel andere zangvogels. Ze eten namelijk niet alleen insecten maar ook zaden. Om zaden te kunnen kraken heb je een stevige snavel nodig. Leeuweriken eten allerlei insecten zoals vliegen, sprinkhanen en kevers, maar ook spinnen en slakken. Vlinderrupsen en miereneieren vinden ze heerlijk.
Aan het eind van de zomer, als er minder insecten zijn, eten leeuweriken de zaden en blaadjes van verschillende planten. Vooral graankorrels en klaverblaadjes vinden ze lekker.
Kampioen vliegend fluiten
De veldleeuwerik heeft als enige van zijn familie helder witte randjes langs zijn staart. Het mannetje is bekend om de manier waarop hij indruk probeert te maken op de vrouwtjes: hij vliegt al zingend in kleine rondjes steeds hoger. Als hij nog maar een stipje in de lucht is hoor je hem nog steeds, soms wel honderd meter hoog. Het lijkt alsof het heel makkelijk is om tegelijk te vliegen en te zingen. Probeer jij maar eens een hardloopwedstrijd te winnen en tegelijk hard een liedje te fluiten.

Een zingend mannetje van de veldleeuwerik.
Het mooiste deel van de voorstelling is het einde. De veldleeuwerik laat zich met uitgespreide vleugels als een parachute naar beneden zakken terwijl hij nog steeds zingt. Hij komt met opzet een heel eind van zijn nest terecht. Op de grond is hij opeens muisstil en rent hij als een haas naar het nest. Hij rent tussen de grashalmen en struikjes door en omdat hij een schutkleur heeft zie je hem niet. Op die manier kunnen roofdieren niet te weten komen waar het nest is.
Snelle babies
Het nest van de veldleeuwerik is niet meer dan een kuiltje in het gras. De eieren zijn geelachtig wit met grijsgroene of geelbruine spikkeltjes. Het vrouwtje broedt de eieren uit. Na twee weken komen de kuikens uit het ei en als ze tien dagen oud zijn gaan ze al aan de wandel. Vader en moeder komen ze steeds voedsel brengen.
Broodje leeuwerik
In de herfst trekken de veldleeuweriken naar het zuiden. Ze hoeven niet helemaal naar Afrika zoals de zwaluwen. Zuid-Frankrijk vinden ze al warm genoeg. Helaas worden in Frankrijk nog altijd leeuweriken gevangen om te eten. Ze hebben het hier in Nederland ook al moeilijk omdat de weilanden te netjes zijn. Nergens meer een plekje waar je ongezien een nest kan maken.
De kuifleeuwerik
Een echte wandelaar die je vroeger vaak op heiden en zandige grasvelden kon zien. Hij was niet bang om dicht bij de mensen te komen, maar tóch is hij nu bijna verdwenen. Zijn lange kuif steekt hij bijna altijd recht omhoog.
De boomleeuwerik
Lijkt erg op de veldleeuwerik maar heeft een kortere staart en veel wittere strepen boven zijn ogen. Het mannetje zit graag in een boom. Het nestje ligt altijd dicht bij die boom in de buurt.
De wetenschappelijke namen voor de echte Pietje Precies:
Vogels (klasse Aves)
Koekoekachtigen (orde Cuculiformes)
Koekoeken (familie Cuculidae)
Koekoek - Cuculus canorus Linnaeus 1758
Roofvogels (orde Falconiformes)
Valken (familie Falconidae)
Torenvalk - Falco tinnunculus Linnaeus 1758
Zangvogels (orde Passeriformes)
Lijsterachtigen (familie Turdidae)
Gekraagde roodstaart - Phoenicurus phoenicurus (Linnaeus 1758)
Paapje - Saxicola rubetra (Linnaeus 1758)
Roodborsttapuit - Saxicola rubicola (Linnaeus 1758)
Roodborst - Erithacus rubecula (Linnaeus 1758)
Tapuit - Oenanthe oenanthe (Linnaeus 1758)
Kwikstaartachtigen (familie Motacillidae)
Boompieper - Anthus trivialis (Linnaeus 1758)
Graspieper - Anthus pratensis (Linnaeus 1758)
Leeuweriken (familie Alaudidae)
Boomleeuwerik - Lullula arborea (Linnaeus 1758)
Kuifleeuwerik - Galerida cristata (Linnaeus 1758)
Strandleeuwerik - Eremophila alpestris (Linnaeus 1758)
Veldleeuwerik - Alauda arvensis Linnaeus 1758
Voor wie nóg meer wil weten:
Het Stroomdal - weidevogels en hun gevlekte eieren
IVN Vechtplassen - hoor de veldleeuwerik zingen
IVN Vechtplassen - hoor de roodborsttapuit zingen
Biopix - het kuiken van de veldleeuwerik
terug naar de vorige pagina
|