titel Fietje Waarom
Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie


Alles over vleermuizen

Wat zijn vleermuizen eigenlijk voor beesten?

Vleermuizen zijn om te beginnen zoogdieren. Dat houdt in dat de vrouwtjes hun jongen gewoon melk geven en dat ze beslist niet uit een ei komen. Eigenlijk zijn ze nog het meest familie van de spitsmuizen. Dat ze lijken op spitsmuizen kun je zien aan hun vele scherpe tandjes. Gewone muizen zijn knaagdieren en hebben net als konijnen en cavia’s een paar grote voortanden en daarachter niets meer tot aan de kiezen die achterin de bek zitten.

De vleugels van vleermuizen zijn eigenlijk gewoon uitgestoken handjes. Tussen de vingers is een dunne huid gespannen die heel gevoelig is en waardoor veel bloedvaten lopen. Op warme zomeravonden zorgen die bloedvaten voor koelte, net zoals een hond zijn tong uit zijn bek laat hangen. Maar weinig dieren kunnen gewoon zweten als ze het te warm krijgen.

Vleermuizen eten vooral vliegende insecten zoals vlinders, muggen en kevers en wanneer het in de herfst te koud wordt voor de insecten hebben de vleermuizen ook niets meer te eten. Daarom gaan ze in winterslaap. Als het zo koud wordt dat je handschoenen moet aantrekken, in oktober, gaan ze slapen en ze worden pas weer echt goed wakker als het een beetje warmer wordt, in maart.

Overwinteren

Om te overwinteren zoeken ze een donkere, en vooral rustige plek. Het mag er niet zo koud zijn dat ze bevriezen, maar ook niet te warm. Alleen als het flink koud is kunnen de vleermuizen de winter goed doorkomen zonder te eten. Hun hele lichaam wordt tijdens de winterslaap ook koud, ongeveer 5˚ C. Nét niet zo koud dat ze doodgaan, hun hartje moet blijven kloppen, en nét niet zo warm dat ze willen bewegen, maar het hartje klopt wel heel erg langzaam. Ze slapen met tientallen tot soms wel enkele honderden dieren bij elkaar.

Winterverblijven zijn tussen de 2˚ en 10˚C. Er wordt in de winter wel verhuist binnen het verblijf en zelfs op een warme dag wel even gejaagd. Grootoorvleermuizen worden in de winter bijvoorbeeld regelmatig wakker en jagen dan in hun winterverblijf op de daar overwinterende insecten. Alle vleermuizen in Nederland houden een winterslaap, in warmere landen is dat niet nodig.

Dat vleermuizen ondersteboven hangen in hun winterslaap is eigenlijk heel handig. Als ze net als een vogel gewoon op een tak zitten kunnen ze er vanaf vallen in die lange winter. Met hun klauwtjes grijpen ze zich vast aan uitstekende steentjes of stukjes hout. Ze kunnen zelfs tegen een vlakke houten wand aan hangen. De nageltjes zijn scherp genoeg om daarin houvast te krijgen. De teentjes van de vleermuis klemmen zich vanzelf vast als hij hangt. De spieren in hun klauwtjes hebben een soort ribbeltjes waardoor ze niet langs elkaar kunnen glijden. Zelfs als een vleermuis dood gaat blijft hij netjes hangen. Sommige soorten, zoals de Grootoorvleermuizen, slaan hun vleugels tijdens de winterslaap om hun lijf heen als een cape. Ze hangen ook lekker dicht bij elkaar om warm te blijven.

Op de bodem overwinteren kan alleen als je handig genoeg bent om een veilig nest te maken of een hol te graven, en heb je wel eens naar die onhandige vlerken van een vleermuis gekeken?. Gewoon op de grond gaan zitten is ook geen pretje. Hoog in de lucht, aan een tak of aan de muur lopen geen enge ratten of hermelijnen rond die in de winter een hartig hapje zoeken.

Nieuwe vleermuisjes

In de winter gebeuren er in die donkere ruimten eigenlijk maar weinig spannende dingen. Al veel eerder, in de herfst, gaan de mannetjes van veel soorten zich aanstellen om vrouwtjes te lokken. Na de paring bewaart het vrouwtje het zaad van het mannetje tot het voorjaar, wanneer ze weer aangesterkt is door het verse voedsel. De jongen worden geboren in juni, als de dagen het langst zijn en er weer heel veel insecten zijn. De mannetjes blijven dan niet bij de jongen en hun moeders, maar gaan ergens anders wonen. Na ongeveer een maand zijn de jongen groot genoeg om zelf uit te vliegen. Elk vrouwtje krijgt gewoonlijk maar een jong per jaar.

Verhuizen

Vleermuizen overwinteren vaak op andere plekken dan hun slaapplaats in de zomer en soms moeten ze er vele tientallen tot wel enkele honderden kilometers voor vliegen. Het liefst slapen ze in grotten of holle bomen (Rosse vleermuis), maar die zijn niet overal. Ze nemen ook genoegen met kelders, schuurtjes, zolders of ruimtes tussen dubbele muren of onder de dakpannen (Dwergvleermuis). Ook bunkers, forten, vestingwerken, oude kerken, steenfabrieken en de Limburgse mergelgroeven (Grootoorvleermuis) zijn geschikt als winterverblijf. Ze willen ook wel gebruik maken van vleermuiskasten die door de mensen speciaal worden opgehangen.

Sonar

Als je oplet zie je tegen de schemering in de zomer op zeker moment de zwaluwen niet meer vliegen, vrij snel daarna zijn de vleermuizen er al. De keuze om 's nachts te gaan jagen hebben vleermuizen al miljoenen jaren geleden gemaakt. Daarvoor hebben ze een speciale techniek ontwikkeld: de oren van vleermuizen zien er zo ingewikkeld uit omdat het eigenlijk heel gevoelige schotelantennes zijn. De korte gilletjes die een vleermuis uitstoot kaatsen terug van de dingen in zijn omgeving. Als er een vlinder in zijn buurt is kan hij aan de echo precies horen waar die zit. Met afgeplakte oogjes vindt hij zijn weg nog prima, maar met dichtgestopte oortjes vliegt hij overal tegenaan. Bij een uil is dat omgekeerd.
Voor onze oren is dat hoge geluid (de sonar) niet te horen, maar er zijn apparaten (bat-detectors) die de hoge geluidjes tellen en na elke, zeg maar 10 gilletjes een tikje geven. Die tikjes kunnen we wél horen. Meer hierover kun je vinden op diverse vleermuizensites. Vraag maar eens of je ’s nachts mee mag met een vleermuizenwerkgroep die gaat inventariseren.

Jagen

Niet alle vleermuizen jagen op dezelfde manier: sommige soorten vliegen in de open ruimte, andere overvallen hun prooi liever tussen struiken en bomen. De Watervleermuis en de Meervleermuis scheren over het water en grijpen de insecten met hun achterpootjes van het wateroppervlak af.
Vleermuizen kunnen hun prooi niet altijd met hun bek uit de lucht happen. Ze gebruiken hun vleugels vaak als een tennisracket om de insecten uit de lucht te meppen of het vel van hun staart als schepnet. Meestal wordt het voedsel in de lucht opgegeten.
Grootoorvleermuizen zijn zelf vrij groot en jagen dan ook op grote, overdag vliegende en kruipende dieren zoals dagvlinders, kevers, vliegen en spinnen. Er zijn nachtvlinders die zich bij het horen van de vleermuizensonar laten vallen, maar grootoorvleermuizen kunnen ook gewoon geritsel tussen het gras horen en landen dan om de vlinders op te pakken. Die worden meegenomen naar een hangplek (vreetplaats) en daar opgegeten. Die plekken herken je aan de afgebeten vlindervleugels op de bodem.

Verder nog:

De lengte van onze vleermuizen ligt tussen de 3 tot 8 cm, en ze wegen tussen de 4 en 30 gram. De grootste vleermuizensoort; de Grote hoefijzerneus, kan 30 jaar oud worden. Kleinere soorten leven gewoonlijk niet langer dan 10 jaar. De Meervleermuis is onze snelste vlieger met 35 km/u en jaagt tot wel 20 km van zijn slaapplaats.

Er zijn een paar grote gevaren voor de vleermuizen. Het ergste is dat de oude gebouwen en holle bomen waar ze vroeger in konden overwinteren in de laatste jaren zijn opgeruimd. We kunnen de vleermuizen helpen met speciale nestkasten. Het gif waarmee de boeren hun planten bespuiten komt met de rupsen en vlinders in de vleermuizen terecht. Gelukkig let de regering erop dat er niet teveel gif gebruikt wordt.


De soorten van Nederland en Vlaanderen

Voor de echte fijnproevers zijn hier de namen van al onze vleermuizen met de Latijnse namen (in schuine letters) De hoofdletters achter de namen geven aan hoe zeldzaam de soort is.

AA = heel algemeen
A = vrij algemeen
Z = vrij zeldzaam
ZZ = zeer zeldzaam
D = Dwaalgast (zelden in Nederland gezien)
B = niet in Nederland, uit België bekend
V = verdwenen


Hoefijzerneuzen - Rhinolophidae
Grote hoefijzerneus - Rhinolophus  ferrumequinum  V
Kleine hoefijzerneus - Rhinolophus hipposideros V

Gladneuzen - Vespertilionidae
Gewone baardvleermuis - Myotis mystacinus Z
Brandts vleermuis - Myotis brandtii ZZ
Watervleermuis - Myotis daubentonii AA
Franjestaart - Myotis nattereri Z
Ingekorven vleermuis - Myotis emarginatus ZZ
Meervleermuis - Myotis dasycneme A
Vale vleermuis - Myotis myotis ZZ
Brandt’s vleermuis - Myotis brandtii  ZZ
Baardvleermuis - Myotis mystacinus Z
Ingekorven vleermuis Myotis emarginatus ZZ
Franjestaart - Myotis nattereri Z
Langoorvleermuis - Myotis bechsteinii ZZ
Gewone grootoorvleermuis - Plecotus auritus A
Grijze grootoorvleermuis - Plecotus austriacus ZZ
Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus AA
Kleine dwergvleermuis -  Pipistrellus pygmaeus B
Ruige dwergvleermuis - Pipistrellus nathusii AA
Laatvlieger - Eptesicus serotinus AA
Noordse vleermuis - Eptesicus nilssonii D
Tweekleurige vleermuis - Vespertilio murinus ZZ
Rosse vleermuis - Nyctalus noctula AA
Grote rosse vleermuis - Nyctalus lasiopterus D
Bosvleermuis - Nyctalus leisleri ZZ
Mopsvleermuis - Barbastella barbastellus V


Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites:

Vleermuissite voor kids door Wouter en Anneke
Vleermuizen bij de kinderen van de "buren" Het Geldersch Landschap
Vleermuizen in het Kinderwebhotel [pagina opgeheven]
Vleermuisnet, met heel veel informatie voor de oudere jeugd
Site van Rombout de Wijs, vleermuizoloog [pagina opgeheven]
Site van Cees Bakker, ook vleermuizoloog [pagina opgeheven]
Dekker's weetjes over vleermuizen [pagina opgeheven]
Belgische vleermuizensite [pagina opgeheven]
Nog een Belgische vleermuissite [pagina opgeheven]