![]() |
concept: PressArt ontwerp: NaturalMedia |
|
| Weetjes uit de natuur De Grote FieClopedie Alles over hagedissen Hagedissen zijn snelle rovertjes. Ze laten zich niet makkelijk pakken en het zijn zeker geen knuffeldiertjes. Een gevangen hagedis kan venijnig van zich afbijten. Als hij zijn vele piepkleine tandjes in je vinger heeft gezet krijg je hem bijna niet meer los. Waar veel zandhagedissen leven hoef je ze helemaal niet te vangen om ze van dichtbij te bekijken. Hagedissen hebben meteen door dat je in de buurt bent, maar als je niet beweegt gaan ze na een poosje rustig hun gang en kom je heel wat over ze te weten. ![]() Geen zwemdiploma Soms worden hagedissen wel met salamanders verward, maar een hagedis zul je nooit onder water zien. Salamanders zijn juist wél echte waterdieren. Ze komen soms ook aan land, maar hebben niet de duidelijke schubben die je vooral op de kop van een hagedis goed kunt zien. Hagedissen en slangen noemen we reptielen terwijl salamanders, kikkers en padden amfibieën zijn. Amfibieën kunnen onder water adem halen door hun huid. Koekhappen Hagedissen leven van insecten, spinnen, duizendpoten, pissebedden wormen en ook wel slakken. Als ze net uit het ei komen eten ze vooral bladluizen. Kikkers hebben een kleverige tong die ze ver weg kunnen laten schieten. Kleine insecten blijven er aan vastplakken en worden zo de bek van de kikker ingetrokken. Hagedissen hebben geen kleverige tong. Ze moeten net als krokodillen even heel snel naar hun prooi toerennen en er naar happen. Dat kunnen ze dan ook onvoorstelbaar snel. De zandhagedis heeft de grootste kop van de drie Nederlandse hagedissensoorten, en kan dus de grootste prooidieren vangen: hij vangt grote kevers, sprinkhanen en spinnen. De prooi wordt eerst gekauwd en dan pas ingeslikt. Verstoppertje spelen Om niet op te vallen is de zandhagedis precies zo gekleurd als zijn omgeving. De donkere vlekken op hun rug vallen niet op tussen de takken van doornstruiken en heide. Vrouwtjes zijn bijna altijd bruin en mannetjes groen. Als je een groene hagedis in ons land ziet is dat altijd een mannetje van de zandhagedis. Pas op: bruine hagedissen kunnen ook vrouwtjes of mannetjes van andere soorten zijn. De kleur en de vlekken zien er bij elke hagedis weer een beetje anders uit dan bij zijn soortgenoten. Misschien is dat wel bedoeld om insecten voor de gek te houden. Die zouden anders kunnen leren aan welke vlekjes of kleuren een hagedis is te herkennen. Of hagedissen elkaar ook herkennen weten we niet. Behalve dat ze de kleur van hun omgeving hebben kunnen hagedissen ook nog eens perfect stilstaan. Insecten begrijpen niet erg best wat ze om zich heen zien, maar zijn goed in het opmerken van bewegingen. Dus beweegt de hagedis steeds maar heel even. de rest van de tijd is hij een soort levend standbeeld. Kouwe kikkers Reptielen zijn gewoonlijk koudbloedige dieren. Ze kunnen hun eigen lichaam niet warm maken en als het koud is worden ze heel langzaam. Om in de herfst en het voorjaar snel te kunnen bewegen moeten hagedissen in de zon gaan liggen. Dat lijkt heel lastig maar in de winter hoeven ze niets speciaals te doen om te blijven leven. Gewoon op een verborgen plekje blijven zitten tot het weer warmer wordt. Zandhagedissen kiezen daar graag een oud muizenhol voor uit. Ze hangen een bordje op met: "niet storen van oktober tot maart". Afbreken van de staart Enkele soorten hagedissen kunnen hun staart laten afbreken als ze door een vijand gegrepen worden. De staart blijft nog even doorkronkelen zodat de vogel of slang voor de gek wordt gehouden en de hagedis veilig weg kan komen. Elk staartbotje heeft daarvoor een speciaal afbreekvlakje met spiertjes er omheen die het bloeden meteen stoppen als de staart afbreekt. De hagedis heeft er dus niet veel last van, maar als hij zijn staart vlak voor de winter kwijtraakt is de kans groot dat hij het voorjaar niet meer haalt. Er groeit een nieuwe staart in een paar maanden, maar die heeft geen speciale breukvlakjes meer. Horen, zien en zwijgen Hagedissen kunnen goed horen. De gaatjes achter hun kop zijn de oren, en zoals een bekende televiesiekikker al eens merkte blijft een zonnebril daar niet goed op hangen. Reptielen ruiken vooral met hun tong. De neusgaatjes hebben ze vooral om adem te halen. De Nederlandse hagedissen hebben geen gespleten tong en laten hem ook niet voortdurend naar buiten schieten zoals slangen. Ze kunnen met hun grote ogen heel goed zien en omdat ze overdag jagen hoeven ze niet zoveel moeite te doen om de prooi te ruiken. De mannetjes zijn meestal prachtig gekleurd en daaraan kun je merken dat hagedissen kleuren kunnen zien. Groen lijkt een kleur die is bedoeld om niet op te vallen, maar tussen de grijsbruine heidestruiken op het grauwe zand zie je de mannetjes juist heel goed. Zielige kindertjes Evenals slangen, krokodillen en schildpadden leggen hagedissen hun eieren op een beschutte plaats en kijken er daarna niet meer naar om. De Zandhagedis kiest daarvoor een mooi zonnig plekje uit op een kaal stuk zand. Het vrouwtje graaft aan het begin van de zomer een kuiltje en legt er een stuk of 10 eieren in. Na een maand komen de jonge hagedisjes uit het ei. Ze lijken dan meteen al op de grote hagedissen en kunnen ook al bijna alles. Dat betekent helaas dat ze ook geen hulp krijgen van moeder of vader. Meteen uit het ei moeten ze zelf voedsel zoeken. Het vrouwtje van de levendbarende hagedis draagt de eieren in haar buik tot de jongen eruit kruipen. Dan zijn ze tenminste nog een beetje beschermd tot ze zich kunnen bewegen. Nieuwe kleren en nieuwe tanden Het duurt ongeveer 4 tot 5 jaar voor hagedissen volwassen zijn. In die tijd zijn ze een aantal keren uit hun jas gegroeid en verveld. Ook volwassen hagedissen vervellen een nog paar keer per jaar, ook al groeien ze niet meer zo hard. Zo'n vervelling kan een paar dagen duren en het gebeurt gewoon tijdens het bewegen. Het oude laagje van de huid laat in lapjes los op dezelfde manier als wij zijn verbrand in de zon. Alleen het buitenste laagje van de schubben laat los, dus er komt geen "blote' hagedis tevoorschijn. Die schubben zijn trouwens een goede bescherming tegen bij voorbeeld beten van andere dieren en tegen uitdroging. Een enkele keer lukt het een teek om zich tussen de schubben door te wringen om bloed te zuigen. De tanden van een hagedis vallen na enkele maanden uit. Hij hoeft geen kunstgebitje omdat er dan alweer nieuwe zijn bijgegroeid. De hagedissen-tandenfee heeft het er maar druk mee. Bonte familie In Nederland leven vier hagedissensoorten. We zullen hier over elke soort wat vertellen: Het mannetje van de zandhagedis is de enige met een groene rug in Nederland. Makkelijk te herkennen dus, maar als je een bruine hagedis ziet wordt het wat lastiger. Je moet dan vooral naar de vlekjes kijken: vrouwtjes en jonge mannetjes van de zandhagedis zijn bruin, maar je herkent ze aan de grote donkerbruine vierkante vlekken op de rug en de twee lichte strepen. Het lijf is ongeveer 9 cm en de staart 12 cm. We kunnen ze vinden in de duinen en andere droge zandige plekken in heel Nederland. Je ziet vooral vaak zandhagedissen op de heide. Verder komen ze bijna overal in Europa voor. De twee andere echte hagedissensoorten die je in heel ons land kunt vinden hebben een veel slanker lijfje met een kleine kop met meestal een wit keeltje. Boven op de rug zijn ze bruin gekleurd met soms wat kleine zwarte stipjes. ![]() De levendbarende hagedis is de gewoonste van die twee. Alle dieren zijn helemaal bruinachtig gekleurd en hebben in de nek geen zwarte stipjes. De mannetjes herken je aan kleine witte streepjes met een zwart randje die op de rug ver van elkaar af staan. Deze hagedis is vrij klein. Het lijf is ongeveer 6 cm en staart 10 cm. Je kunt de levendbarende hagedis op veel meer plaatsen vinden dan de zandhagedis. Hij houdt van een omgeving waarin lage planten lekker dicht bijelkaar groeien. Hij klimt niet graag, en als je de dikke vrouwtjes ziet met een lijf vol eieren kun je begrijpen waarom niet. ![]() De muurhagedis vinden we in Nederland alleen in natuurgebied De Hoge Fronten: de oude vestingmuren van Maastricht. Deze grote soort (lijf 7 cm, staart 15 cm) houdt juist wél van klimmen, het liefst tegen muren en rotsen, en zit liever niet tussen de struiken. De mannetjes zijn aan de zijkant gekleurd als een soort zwarte zeef met heel veel ronde witte vlekjes. Vrouwtjes zijn bruin met wat fijne zwarte stipjes. Vooral de stipjes in haar nek zijn een verschil met de vrouwtjes van de levendbarende hagedis die er verder precies zo uitzien. ![]() De hazelworm is een diertje dat je misschien helemaal niet als hagedis zou herkennen. Hij heet wel zo, maar is zeker geen worm. Hazelwormen hebben geen poten en komen vooruit door te kronkelen. Daardoor lijken ze erg op slangen, maar het zijn eigenlijk hagedissen. Echte slangen hebben holle giftanden en een vorktong, dat hebben hazelwormen niet. Hazelwormen voelen zich het prettigst in zandige terreinen die niet te droog en dicht begroeid zijn. Achteruitgang Door de milieuvervuiling doen onze heidevelden het niet zo goed meer als vroeger. Door de vervuiling zit er een soort plantenmest in de regen waar gras beter van groeit dan heide. In veel zandige terreinen groeit nu zo veel gras dat de zandhagedis er niet meer kan leven. Gelukkig gaat het in de duinen de laatste jaren weer wat beter met de zandhagedis. wetenschappelijke namen: Hier zijn dan weer alle soorten die in Nederland voorkomen op een rij gezet met hun latijnse naam en ontdekker. Bronnen: RIVM - Natuurcompendium 2003 en Wikipedia.nl reptielen (Reptilia) slangen en hagedissen (Serpentes)
|