![]() |
concept: PressArt ontwerp: NaturalMedia |
|
| Weetjes uit de natuur De Grote FieClopedie Alles over bevers winter 2006/2007 Waarom zijn bevers geen zeehonden? Eigenlijk lijken bevers wel een beetje op zeehonden. Ze kunnen allebei goed zwemmen en onder water duiken. Ze hebben allebei kleine oortjes en korte pootjes. Maar er is een heel groot verschil; bevers eten planten en zeehonden eten vis. Zeehonden zijn dus roofdieren. Bevers zijn knaagdieren en familie van de muizen en de hamsters. Zeehonden hebben hun hele bek vol kleine scherpe tandjes en kiezen. Die zijn heel handig om vissen mee te vangen. Bevers hebben voor in hun bek vier grote snijtanden waarmee ze aan bomen knagen. Achterin hun bek zitten de kiezen waarmee ze op blaadjes kauwen. Tussen de voortanden en de kiezen is een grote open plek. Je kunt bij Fietje’s verhaal over muizen goed zien hoe dat zit. Stralend witte lach De voortanden van bevers zijn niet alleen heel groot, maar ook nog eens knal-oranje. Veel tekenaars vinden die kleur niet zo fris, dus geven ze de bevers stralend witte tanden. Dat is dus een beetje jokken. Die oranje kleur van hun tanden hebben bevers niet gekregen door veel worteltjes te eten. Op de voorkant van de tanden zit een hard laagje glazuur, net als op kopjes en schoteltjes. Bevertanden zijn nóg harder dan die van muizen, en dat komt door een speciale oranje stof die in het glazuur zit. Bevers kunnen daardoor met gemak aan hout knagen zonder dat hun tanden er van stuk gaan. De tanden slijten aan de achterkant wel, maar ze blijven steeds doorgroeien. ![]() Tand door je lip De voortanden van bevers zijn zó lang dat hun lippen er niet meer overheen kunnen. Tóch wil een bever onder water zijn mond dicht kunnen doen. Hij wil namelijk niet altijd maar blijven drinken. De bovenlip van een bever is daarom niet gewoon recht. Er zit in het midden een deukje in waar zijn voortanden precies tussen passen. Zo kan hij zijn lippen om zijn tanden heen leggen en ze aan de achterkant dicht doen. Kleine bevertjes maken hun moeder dus graag aan het schrikken door te roepen: mammie... au, au, ik heb een tand door m’n lip! En dat is nog waar ook. Duikpak Als je in de winter moet zwemmen is het handig om een goed duikpak te hebben. Dat heeft de bever dan ook. Zijn bontjas is van twee verschillende soorten haren gemaakt. De buitenste haren zijn hard en recht. Ze liggen dicht tegen elkaar aan en worden door de bever ingevet. Zo komt er bijna geen water doorheen. De onderste haren zijn wollig en zacht. Die blijven lekker droog en houden de bever warm als een dekentje. ![]() Bevers hebben ook zwemvliezen tussen hun tenen. Daarmee kunnen ze heel hard zwemmen en zakken ze zelfs in zachte blubber niet weg. In plaats van een snorkel hebben bevers een speciale neus. Ze kunnen hun neusgaten dicht houden, zelfs zonder er een knijper op te zetten. Bevers kunnen hun adem minutenlang inhouden. Probeer zelf maar eens hoe lang je dat kunt. ![]() Bevers hebben geen duikbril nodig. Door een speciaal vliesje over hun ogen kunnen ze onder water makkelijk blijven rondkijken. Stuur-metsel-klap-slee-staart Bevers hebben een grote, platte staart. Die is niet zo handig om vliegen mee weg te slaan, maar bevers gebruiken hem voor andere dingen. Je kunt er bijvoorbeeld goed mee sturen tijdens het zwemmen. Een beverhuis wordt gemaakt van takken en modder. Met zijn staart kan een bever de modder mooi gladstrijken. Als er gevaar dreigt van een roofdier kan een bever zijn staart hard op het water slaan. Dat geeft een geweldige knal, en als andere bevers in de buurt dat horen letten ze dubbel goed op. Een enkele keer zet een bevermoeder haar kleinjes op haar staart en sleept ze achter zich aan. Een leuk sleetje dus dat moeder bever altijd bij zich heeft. Alweer een beest met een burcht De woning van een bevergezinnetje ligt altijd in het water. Het lijkt wel wat op een kasteel met een gracht er omheen, en wordt daarom een burcht genoemd. Dassen maken ook burchten, maar je weet misschien nog van de FieClopedie uit de herfst in 2005 dat die er een rommeltje van maken. Ze hebben niet eens een echte slotgracht. Maar ook de beverburcht is niet veel anders dan een grote hoop takken met een hol in het midden. Vader en moeder bever zoeken voor hun burcht eerst een goed plekje uit. Meestal aan de waterkant, dicht bij een bos met de juiste soort bomen. Daarna rollen ze stenen naar die plek tot het hoog boven het water uitsteekt. De ruimte tussen de stenen wordt met modder dichtgesmeerd en hele plek wordt dan met takjes verstevigd. Voor de buitenkant van de burcht zoeken de bevers dikke takken en boomstammen. Als dat tot een stevige berg in elkaar is gevlochten smeren de bevers ook daar nog wat modder op. Een beverburcht is echt een veilig kasteel. Je kunt er gerust op gaan staan. Geen voordeur ? Van buiten zie je nergens een voordeur of raampjes. De deur ligt namelijk onder water. Dat doen bevers niet voor niets. Roofdieren lusten graag een jong bevertje, maar de meeste roofdieren houden niet zo van water. De bevers vinden het niet zo erg om elke keer onder water te moeten duiken om binnen te komen. ![]() Overstrominkje spelen Midden in de beverburcht ligt het hol (de ketel). Dat ligt gelukkig zo hoog dat het nooit nat wordt. Op de bodem liggen houtsnippers, blaadjes en dunne takjes. Recht boven het hol is geen modder tussen de takken gesmeerd. Daar kunnen frisse lucht en een heel klein beetje licht naar binnen komen. Als het water rond de beverburcht gaat zakken wordt het tijd om een dam te bouwen. Bevers bouwen dammen in riviertjes of beken. Aan de kant waar het water naartoe stroomt leggen ze takken in het water en smeren er modder tussen. In een rivier stroomt het water van de ene naar de andere kant. Als er een dam in de rivier ligt wordt het water tegengehouden. Het kan niet meer weg en het komt steeds hoger te staan. Snel is de ingang van het beverhol dan niet meer te zien. Is onze Bob de Bever geen bouwer? Er wordt wel gezegd dat Europese bevers geen dammen bouwen, maar dat is niet helemaal waar. In Canada is veel ruige natuur waar de bevers zoveel bomen kunnen omknagen en dammen kunnen bouwen als ze maar willen. In Nederland hebben we maar weinig kleine riviertjes die geschikt zijn voor bevers. De bevers leven hier meestal in natuurgebieden met bijna stilstaand water. Ze zijn slim genoeg om te snappen dat een dam niet helpt als het water niet stroomt. Ook zal het water in ons land niet zo sterk zakken in droge tijden. We zorgen hier met sluizen en pompen dat het water altijd even hoog blijft. De ingang van onze beverburchten komt dus niet snel boven water te liggen. Supermarkt onder water Bevers eten in de zomer het liefst verse groene blaadjes en wortels van planten. Waterlelies schijnen ze heerlijk te vinden. Maar ze trekken in de winter niet naar warme landen. Wat eten ze dan als de bomen kaal zijn en er geen verse blaadjes meer? Gelukkig weten bevers dat onder de schors van bomen nog een sappig groen laagje zit. Met hun sterke tanden kunnen ze daar makkelijk bij. Maar bevers hebben nog iets anders uitgevonden: ze trekken aan het eind van de zomer honderden takken met groene blaadjes onder water en steken die rechop in de modder. Zo maken ze een hele onderwatertuin. De bladeren drogen daar niet uit en blijven bijna de hele winter groen. Zo is er altijd wat te eten. Gezelligheid Bevers zijn echte gezelschapsdieren. Mannetje en vrouwtje blijven hun hele leven bij elkaar en de jongen blijven ook nog heel lang thuis. Zelfs als er nieuwe jongen zijn geboren wonen er nog vaak wat oudere broers en zussen in de burcht. Die helpen vrolijk mee om voedsel voor de kleintjes te verzamelen. In een beverburcht leven vaak ook andere knaagdieren. Ook andere knaagdiertjes voelen zich er vaak heel prettig, en als ze niet te veel in de weg lopen jaagt vader bever ze niet weg. ![]() Veiligheid Bevers zijn nachtdieren. Ze dutten overdag in hun burcht en komen er pas bij zonsondergang uit. De meeste nachtdieren herken je aan hun grote ogen. Dat kunnen we van de bever niet echt zeggen. Hun kleine oogjes en oortjes zitten helemaal boven in de kop. Als een soort nijlpaard kan een bever alles boven water zien en horen terwijl zijn eigen grote lijf niet te zien is. Onder water vinden ze ook in het donker de weg door te voelen met hun lange snorharen. Neefjes Er zijn op de hele wereld maar twee soorten bevers. In ons land leeft de Europese bever, die in veel landen om ons heen ook voorkomt. In Amerika leeft de Canadese bever. Die lijkt sprekend op onze bever, maar is van onderen wat lichter gekleurd. Dan is er in Amerika ook nog een dier dat de bergbever wordt genoemd, maar eigenlijk meer familie is van de eekhoorns. Dit dier bouwt ook nesten van takken in het water maar is veel kleiner dan de echte bevers, heeft een kort staartje en sterke graafpoten. De beverrat en de muskusrat zijn knaagdieren die net als de bever graag in het water zijn en ook zwemvliezen hebben. Ze lijken erg op de echte bevers, maar zijn kleiner en hebben niet zo'n platte staart. De beverrat en de muskusrat leefden vroeger niet in Europa. Ze zijn hier door de mensen uit Amerika naartoe gebracht en werden hier gefokt voor hun vlees en hun mooie vacht. Toen er een paar ontsnapten konden die hier prima in de natuur overleven. ![]() Tijdje weggeweest Al een paar honderd jaar geleden werden bevers in ons land steeds zeldzamer. Dat kwam vooral doordat ze op steeds minder plaatsen konden vinden wat ze nodig hebben om te leven. Er werd ook op ze gejaagd. Hun warme vacht was veel geld waard, maar er werd ook een zalfje van ze gemaakt dat tegen alle ziekten hielp. Daar is wel iets van waar. Bevers eten namelijk schors van wilgenbomen. In die schors zit een zuur dat prima werkt tegen hoofdpijn en koorts. Onder de staart van een mannetjesbever zit een zakje waar veel van dat zuur in zit. Het goedje uit dat zakje smeren ze aan allerlei bomen en stenen. Zo weten andere bevermannetjes waar zij de baas zijn. De laatste Nederlandse bever werd in 1825 gedood. Meer dan 160 jaar lang waren er dus helemaal geen bevers meer in ons land. In 1988 werden er een paar bevers uit Duitsland vrijgelaten in de Biesbosch en later in andere Nederlandse natuurgebieden. Nu leven er weer enkele honderden bevers in de Nederlandse natuur, en het gaat vrij goed met ze. De wetenschappelijke namen voor de echte Pietje Precies: Knaagdieren (orde Rodentia: bevers, muizen, ratten en eekhoorns) Bevers (familie castoridae)
|
klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen |