titel Fietje Waarom concept: PressArt
ontwerp: NaturalMedia

Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie


Alles over muizen


tekst FieClopedie zomer 2006

Eten met lange tanden
Muizen noemen we knaagdieren. Ook ratten, hamsters, bevers en eekhoorns zijn knaagdieren. De meeste knaagdieren eten alleen planten, wortels en zaden en hebben daarom lange en scherpe voortanden. Met die lange knaagtanden kunnen ze makkelijk plantenstengels afbijten en het binnenste uit wortels en knollen eten. Bovendien zijn ze ook nog eens heel handig om door hout heen te knagen, denk maar aan bevers. Ook het doorbijten van noten is met lange platte knaagtanden veel makkelijker dan met korte puntige tandjes. Als je een noot vindt waar een muis aan heeft geknaagd lijkt het wel alsof de timmerman er met een bijtel allemaal stukjes uit heeft gehakt. Hazelnoten zijn keihard, maar de voortanden van muizen komen er gemakkelijk doorheen. Gelukkig maar, want muizen vergeten erg vaak om hun hamer en beitel mee te nemen.

Te veel tanden
Hazen en konijnen hebben ook van die lange voortanden, en knagen kunnen ze als de beste. Ze zijn wel familie van de muizen, maar tóch mag je niet zeggen dat het knaagdieren zijn. Dat komt vooral omdat ze te veel tanden hebben: muizen hebben boven en onder maar twee grote voortanden, maar hazen en konijnen hebben nog twee kleine tandjes extra. En natuurlijk hebben ze ook veel langere oren.

schedels van muis en een spitsmuis

Lekkerbekjes
Spitsmuizen lijken een beetje op muizen, maar ze zijn er helemaal geen familie van. Het verschil zie je pas goed als je naar hun botjes kijkt. In braakballen van uilen zitten veel van die botjes. Je hoeft er dus geen muis voor dood te maken, dat heeft de uil al gedaan.

Als je toevallig een braakbal hebt gevonden moet je maar eens goed naar de kopjes (schedels) van muizen zoeken. Je kunt dan zelf zien dat de bek van een echte muis maar weinig tanden heeft: voorin de snijtanden en achterin de kiezen, maar daartussen leeg.

De bek van een spitsmuis staat helemaal vol met kleine puntige tanden en kiezen. De kop van een mol ziet er van binnen precies zo uit, ze zijn dan ook familie van elkaar. Spitsmuizen zijn kleine rovers en jagen op wormen, slakken, insecten en spinnen, net als mollen. Van kevers en sprinkhanen laten ze de harde delen liggen. Het zijn echte lekkerbekjes, die spitsmuizen!

spitsmuis met regenworm


Spitsmuizen herken je snel aan hun gekke puntsnuit. Ze hebben piepkleine oogjes, korte pootjes en een wollige dichte vacht. Grote ogen hebben ze niet nodig. Ze leven voor een groot deel onder de grond en zoeken hun voedsel met hun goede neus. Die steken ze de hele dag overal in. Met hun lange snorharen voelen ze precies waar de prooi zit.

Op hun rug zijn de meeste spitsmuizen meestal bijna zwart. De tweekleurige bosspitsmuis is te herkennen aan de lichtbruine kleur onder het zwart, maar de andere spitsmuizen zijn erg moeilijk uit elkaar te houden.

Geen troeteldiertjes
Is het je wel eens opgevallen dat je soms erg veel dode mollen en spitsmuizen op wandelpaadjes ziet liggen, en bijna nooit echte muizen. Spitsmuizen zijn heel gevoelig. Onderzoekers die muizen tellen mogen spitsmuizen nooit te lang in een vangkooi laten zitten, want ze gaan veel eerder dood dan echte muizen, alleen al door de opwinding. Een dwergspitsmuis gaat bijvoorbeeld al dood als hij twee uur niet gegeten heeft. Spitsmuizen leven gewoonlijk niet langer dan een jaar.

Bosspitsmuizen hebben een vel dat voor veel vijanden vies smaakt. Daardoor zijn ze overdag niet echt bang. Een bosspitsmuis blijft vaak gewoon zitten eten als je naar hem staat te kijken. Alleen uilen hebben geen last van dat vieze smaakje en in braakballen van uilen vind je veel spitsmuizenschedels.

Muizen voor in huis
Bosmuizen komen soms vanzelf onze huizen binnen, op zoek naar voedsel. In het tuincentrum kun je dan een muizenval kopen met een deurtje. Stukje kaas aan het haakje en klap doet het deurtje dan ‘s avonds. Zo’n bosmuis blijft eigenlijk wel rustig en je kunt hem op die manier best een tijdje goed bekijken. Maar een bosmuis die in het wild geboren is wordt nooit helemaal tam en het is beter om hem los te laten. Als je dat doet zie je meteen wat een geweldige sprongen zo’n klein beestje kan maken. Een bosmuis kan wel acht keer zo ver springen als hij zelf lang is.

Als je muizen als huisdier wilt houden zijn er in de dierenwinkel ontzettend veel tamme muizen te koop in allerlei kleurtjes. Onderaan deze pagina vind je een paar links naar websites met informatie over tamme muizen. Welke rassen en kleuren er zijn, hoe je ze moet onderhouden en hoe ze leven. Let op: muizenplas stinkt meer dan caviaplasjes. Hamsters zijn erg grappig maar hun plasjes stinken helemaal verschrikkelijk en ze slapen bovendien de hele dag.

In eigen staart bijten
De lange staart van een muis is handig bij het springen. De soorten met lange staarten hebben meestal ook lange achterpootjes. Zo’n muizenstaart is nét een kralensnoer. Hij bestaat uit heel veel kleine botjes met een dun velletje erover. Als de muis gegrepen wordt door een vijand laat het velletje vaak los of breekt de staart af. Dan is de muis wel een stukje korter, maar hij leeft een stukje langer. Als het vel van zijn staart af is gaat de staart dood. De muis bijt dan het dode stukje van zijn staart zelf af.

Muizen leven maar een paar jaar. Ze zijn het belangrijkste voedsel voor uilen, buizerds en torenvalken, maar ook vossen, mollen en wezels jagen op muizen.


Onze muizen

De Huismuis
Een grijsbruine muis met grote oren, grote ogen en een lange staart. De huismuis lijkt erg op zijn wilde neefje de bosmuis, maar hij heeft een grijze buik. De buik van de bosmuis is wit.

Huismuizen zijn heel lang geleden met de mensen meegekomen naar plekken over de hele wereld. Ook in ons land leefde de huismuis nog niet toen er geen mensen waren. Hij kan niet tegen de kou van de Nederlandse winters en blijft ook in de zomer het liefst binnen. Dit was de muis die tekenfilmer Walt Disney natekende voor Mickey Mouse.

Mensen kunnen veel last hebben van huismuizen. Ze eten zaden en graan en alles wat daarvan gemaakt is. Brood, koek, snacks, pudding, snoep en alles dat vet is, zoals kaas en worst, vinden ze heerlijk.

Voor de mensen is het niet leuk dat ze daarvan eten, maar erger is dat ze alles kapot knagen. Om bij het lekkers te komen maken ze gaten in zakken, pakken en dozen. Om hun nestjes lekker zacht te bekleden maken huismuizen ook gaten in de stof van kleding en meubels en versnipperen massa’s papier. De plasjes van de huismuis stinken veel erger dan de plas van onze wilde muizen. Als ze bij je thuis op zolder wonen kun je dat al snel ruiken, zonder dat je ze nog gezien hebt. Als je dan ook nog eens papiersnippers en kapotte stof vindt weet je dat er snel een muizenval moet worden gezet. Huismuizen kun je beter vér weg loslaten. Ze zullen meteen weer proberen naar binnen te komen.

bosmuis met aangevreten hazelnoten

De Bosmuis
De bosmuis is een bruine muis met grote oren, grote ogen en een lange staart. De buik is wit. Met zijn lange achterpoten kan deze muis formidabele sprongen maken en hij stuurt dan met zijn lange staart. Een beetje als een kangoeroe dus. Het is een nachtdiertje, dat zie je aan zijn grote ogen. Als het donker wordt gaan bosmuizen op zoek naar zaden, noten en vruchten. Ook eten ze wortels, knoppen, bladeren, en zelfs insecten.

Bosmuizen blijven het liefst in bossen en aan bosranden. Op plekken met lage struikjes in de stad willen ze ook nog wel komen, maar in weilanden vind je ze niet. Hun nest graven ze in de grond. De ingang zit vaak onder een graspol of boomstronk. In de winter sleept de bosmuis een voorraadje voedsel naar zijn hol. Als er buiten te weinig voedsel is wil de bosmuis graag in onze huizen naar binnen komen. Als daar al een huismuizengezin woont worden die verjaagd. De bosmuis is groter dan de huismuis.

dwergmuis met grasnest in riet

De Dwergmuis
De dwergmuis is onze kleinste muis. Hij is mooi oranjebruin, heeft grote kraaloogjes maar kleine oortjes. Dwergmuizen worden niet groter dan 5 tot 8 cm (zonder staart) en wegen ongeveer 5 tot 7 gram.

De staart is veel langer dan zijn lijf. Tijdens het klimmen heeft deze muis aan vier pootjes nog niet genoeg. Hij gebruikt dan zijn staart om zich vast te houden, net als een aapje.

We vinden de dwergmuis vooral in riet en vochtige graslanden. Ook leeft hij veel op graanakkers. Overal waar hij lekker in stengels kan klimmen kunnen we hem vinden. Het is de enige muis die hoog boven de grond een nestje van gras bouwt. Hij kan nog nét geen liedjes fluiten of eieren leggen. Om een nestje te bouwen knaagt de dwergmuis bladeren van rietstengels af en scheurt die aan dunne reepjes. daarmee vlecht hij een keurig bolletje, hoog tussen de rietstengels of in het graan.

Dwergmuizen eten zaden en insecten. De boer hoeft niet bang te zijn dat deze muisjes al zijn graan zullen opeten. Het is zelfs zo dat veel muizen nuttig zijn omdat ze schadelijke insecten opruimen.

Veldhamster
Hamsters zijn neefjes van de muizen. In de weilanden en korenvelden van Zuid Limburg leeft de veldhamster, die we tegenwoordig beter kennen als de korenwolf. Net als de huismuis leefde deze hamster vroeger niet in Nederland, maar is lang geleden met de boeren meegekomen vanuit Rusland. Hij eet behalve graankorrels ook allerlei noten, wortels en insecten. Als hij ook maar even de kans krijgt graaft de veldhamster hele ingewikkelde gangen met allerlei zijgangetjes. Al heeft de veldhamster erg mooie kleuren, het is een erg driftig type en kan flink van zich afbijten. Als je te dicht bij zijn nest komt gaat hij blazen als een kwaaie kat.


Woelmuizen
Woelmuizen zien er heel anders uit dan de bosmuis of de dwergmuis. Ze hebben ronde lijfjes, een kort staartje, kleine oortjes en kleine oogjes. Ze lijken wel een beetje op cavia's: die houden ook niet zo van klimmen en kunnen niet goed springen. De meeste woelmuizen kunnen wél geweldig goed graven. Overdag en tegen de avond zoeken ze naar voedsel. Ze eten het liefst gras en kruiden. Zouden ze dan ook kunnen loeien en melk geven? Woelmuizen graven niet alleen om nesten te maken maar ook om bij plantenwortels te kunnen komen. In akkers kunnen ze van onder de grond op die manier veel planten dood laten gaan. Boeren zijn dus niet erg blij met woelmuizen.

aardmuis knagend aan gras

Aardmuis
De aardmuis is een van de woelmuizen. Hij lijkt veel op de veldmuis, maar is veel donkerder bruin en heeft lange haren op zijn oren. In vochtige gebieden met lang gras kun je hem vinden. Daar zie je soms de wandelpaadjes door het gras die door de aardmuis zijn gemaakt. Het nest maakt deze muis van strookjes afgescheurd gras, liefst boven de grond tegen een graspolletje aan.

Veldmuis
Deze woelmuis houdt meer van kort gras op drogere grond. Veldmuizen graven graag gangen en maken hun nest meestal in zo'n gang. Gras en plantenstengeltjes maken het nest lekker warm en zacht voor de 5 of 6 jonge veldmuisjes.

Noordse woelmuis
Een hele grote, donkerbruine woelmuis met een dikke kop en wat langere staart. Hij houdt van water en leeft in hele natte graslanden en rietmoerassen. Daar eet de noordse woelmuis vooral jonge groeipuntjes van riet, biezen en waterplanten. Hij kan uitstekend zwemmen en duiken. Alle jonge noordse woelmuisjes hebben hun zwemdiploma in één keer gehaald. Deze muizen graven lange gangen, maar omdat de grond erg nat is maken ze hun nest liefst boven de grond. In moerassen vinden ze heerlijk zacht mos om het nest mee te vullen.

Rosse woelmuis
Deze roodbruine soort heeft wat grotere ogen en oren dan andere woelmuizen. Hij is dan ook erg vaak op pad als het donker is. De rosse woelmuis woont graag op droge plaatsen met veel bomen en struiken. Hij kan ook erg goed klimmen.

Lievelingsvoedsel zijn bladeren, zaden en wortels, maar insecten, wormen en paddestoelen lust een rosse woelmuis ook wel.


Andere muizen
Ratten vinden we minder leuk dan muizen, maar eigenlijk lijken ze meer op de huismuis en de bosmuis dan op woelmuizen. Ze zijn alleen een beetje groter. Echte ratten zijn gevaarlijke beesten. Niet omdat ze bijten, maar omdat ze op smerige plekken leven en gevaarlijke ziektes bij zich dragen.

Woelratten zijn weer meer familie van de woelmuizen. Een heel bekende woelrat is de muskusrat. Het is een groot, maar erg vriendelijk beest, dat ook heel schoon is. Tóch wordt er door honderden grote boze rattenvangers op hem gejaagd. Hij graaft namelijk diepe gangen in de dijken. Als die dijken instorten kunnen ze het water niet meer tegenhouden en kan het land overstromen.

Slaapmuizen zijn heel aparte beestjes. Ze hebben een pluimstaart en lijken daardoor wel wat op eekhoorntjes. In de herfst zoeken deze muizen een nestplaats en gaan dan bijna een half jaar in winterslaap. Slaapmuizen vinden we bijna alleen in Zuid-Limburg.

Scrollmuizen zijn familie van de tweeknops- en de drieknopsmuizen. Ze leven het liefst in computerkamers waar ze hun voeding door hun staart naar binnen krijgen. Deze muizen worden graag door mensen vastgehouden.



Knaagdieren (orde Rodentia: ook bevers, beverratten en eekhoorns maar niet de hazen en konijnen)

Muizen (familie Muridae)

Ware muizen en ratten (onderfamilie Murinae)

Huismuizen
Huismuis - Mus domesticus (Rutty 1772)

Dwergmuizen
Dwergmuis - Micromys minutus (Pallas 1771)

Bosmuizen
Bosmuis - Apodemus sylvaticus (Linnaeus 1758)
Grote bosmuis - Apodemus flavicollis (Melchior 1834)
Brandmuis - Apodemus agrarius (Pallas 1771)

Ratten
zwarte rat - Rattus rattus (Linnaeus 1758)
bruine rat - Rattus norvegicus (Berkenhout 1769)

Hamsterachtigen (onderfamilie Cricetinae)

Hamsters
Veldhamster of korenwolf - Cricetus cricetus (Linnaeus 1758)


Woelmuisachtigen (onderfamilie Arvicolinae)
Woelmuizen en woelratten (stam Arvicolini)

Woelratten
West-Europese woelrat - Arvicola sapidus (Miller 1908)
Woelrat of Waterrat - Arvicola terrestris (Linnaeus 1758)

Muskusratten
Muskusrat of Bisamrat - Ondatra zibethicus (Linnaeus 1766)

Woelmuizen
Aardmuis - Microtus agrestis (Linnaeus 1761)
Veldmuis - Microtus arvalis (Pallas 1779)
Noordse woelmuis - Microtus oeconomus (Pallas 1776)
Ondergrondse woelmuis - Microtus subterraneus (De Selys-Longchams, 1836)

Rosse woelmuizen (stam Clethrionomyini)

Rosse woelmuizen
Rosse woelmuis - Clethrionomys glareolus (Schreber 1780)

Slaapmuizen (familie Gliridae)

Eikelmuizen
Eikelmuis - Eliomys quercinus (Linnaeus 1766)

Hazelmuizen
Hazelmuis - Muscardinus avellanarius (Linnaeus 1758)

Relmuizen
Relmuis of zevenslaper - Glis glis (Linnaeus 1766)



Insecteneters (Insectivora: mollen, egels en spitsmuizen)

Spitsmuizen (familie Soricidae)

Roodtandspitsmuizen (onderfamilie Soricinae)

Roodtandspitsmuizen
Bosspitsmuis - Sorex araneus (Linnaeus 1758)
Dwergspitsmuis - Sorex minutus (Linnaeus 1766)
Tweekleurige bosspitsmuis - Sorex coronatus (Millet 1828)

Wittandspitsmuizen (onderfamilie Crocidurinae)

Echte wittandspitsmuizen
Huisspitsmuis - Crocidura russula (Hermann 1780)
Tuinspitsmuis - Crocidura suaveolens (Pallas 1811)
Veldspitsmuis - Crocidura leucodon (Hermann 1780)

Waterspitsmuizen
Waterspitsmuis - Neomys fodiens (Pennant 1771)

Wimperspitsmuizen
Wimperspitsmuis - Suncus etruscus (Savi 1822)




Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites:

Wilde muizen:
WNF Dierenbibliotheek - muizen
Wikipedia - Europese muizen
Natuurbeleving.be - mooie Belgische site. Kies eerst 'Zoogdieren'
Rodentia - de muizensoorten van België

Muizen als huisdier:
RodentBe - over veel verschillende knaagdieren als huisdier
Muizenpagina - alles over het houden van muizen
De Nederlandse Muizensite

Last van muizen:
Mega Des - informatie over muizen en hoe je van ze afkomt

Plaatjes en animaties van muizen:
Animated Muizen
De Muizen Gallery


terug naar de vorige pagina

klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen