|
Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie
Alles over distels
zomer 2007
Bosje bloemen
Distels zijn een beetje anders dan tulpen of klaprozen. Eigenlijk is elk paars bolletje van een distel een heel bosje bloemen. We noemen dat een 'bloemhoofdje'.
Als je de bloem van een distel uitelkaar pulkt zie je dat er heel veel losse bloempjes in zitten. Onder elk bloempje groeit een apart zaadje. Als de zaden rijp zijn wordt het hele bloemhoofdje bruin en komt er wit pluis buiten. Net als bij een paardenbloem heeft elk zaadje een witte parachute waarmee hij ver weg kan zweven. Het is erg leuk om die pluisje een beetje te helpen door te blazen.
Waarom stekels?
Distel hebben stekels om zich te verdedigen. De meeste dieren vinden het niet prettig om door een distel geprikt te worden, dus worden distels niet snel opgegeten. Maar niet alle dieren zijn er bang voor: ezels en geiten eten distels alsof het blaadjes sla zijn, al vinden ze de bloempjes wel wat lekkerder dan de stekelige bladeren.
De stekels van distels zijn alleen maar scherpe naaldjes, er komt geen brandend sap uit zoals bij een brandnetel. Je krijgt geen jeukbulten als je door een distel geprikt wordt, maar er kunnen wel stekeltjes afbreken en in je vel blijven zitten. Vooral droge distelblaadjes in het gemaaide gras zijn heel vervelend. Met een scherpe pincet is zo'n stekeltje snel weer weggehaald en daarna voel je niets meer.
Puttertjes
Op distels kun je soms vogels zien zitten. Die komen vaak uit de vinkenfamilie: putters, sijsjes, maar ook gewone huismussen.
De putter is een prachtig gekleurd beestje. In de herfst kun je putters vaak in grote groepen tussen de distels zien vliegen. Ze zijn zó gek op de zaden van distels dat je ze ook wel distelvinkjes mag noemen. Puttertjes zijn heel handig, ze weten precies waar ze moeten staan om niet geprikt te worden.

Kijk eens goed naar de snavel van de putter. Die is veel langer dan de snavel van een mus. Daarmee kan een putter de zaadjes uit de bloemen van een distel plukken zonder geprikt te worden. Nee... wees maar niet bang, dat rood bij zijn snaveltje is geen bloed.
Distelvlinder
In de zomer kun je een grote oranje- en zwartgevlekte vlinder op de bloemen van de distels zien zitten. Dat is de distelvlinder. De vlinders drinken de zoete nectar uit de bloemen en hun rupsjes eten zelfs de bladeren van de distel. Voor andere rupsen is dat erg gevaarlijk. Een rups kan met zijn zachte lijfje wel eens per ongeluk levend opgeprikt worden.
Distelvlinders zijn familie van het landkaartje. Daarvan had Fietje al eens verteld dat de rupsjes op brandnetels leven, ook een plant die zich verdedigt met pijnlijke prikken.
Kijk eens naar de rips van het landkaartje: die heeft ook van die takjes op z'n rug waarop fijne speldenpuntjes aan zitten.

Verschillende soorten distels
Er zijn veel verschillende distels in ons land. Een paar soorten gaan we hieronder eens goed bekijken. Je kunt in de boekwinkel en de bibliotheek plantengidsen vinden. Daarmee kun je precies uitzoeken hoe een distel heet. Er zijn fotogidsjes waarmee je alleen naar de plaatjes hoeft te kijken, maar er zijn ook gidsen met 'sleutels'. Zo'n sleutel is een rij vragen. Het antwoord op een vraag wijst met een nummertje naar de volgende vraag. Als je alle vragen goed hebt kom je uit bij de echte naam van de distel. Een soort quiz dus...
In een sleutel kijk je naar veel meer dan alleen de kleur. Alle distels hebben ongeveer dezelfde kleur, dus je moet bijvoorbeeld ook kijken naar de vorm van de bladeren en de stekels op de stengels.
Akkerdistel
Bijna overal kun je deze distel tegenkomen. Hij wil op de meeste plekken wel groeien: langs de waterkant, in weilanden, op rommelige plekken met vuil en stenen of langs bosranden. Hij groeit bijna even goed op klei als op zand.
Akkerdistels kun je makkelijk herkennen; hun bloemen zijn lichter paars dan andere distels en hun stengels zijn glad met veel zijtakken. De bloemen zitten in trosjes aan de takken. Ze zijn niet zo groot, maar het zijn er wel een heleboel en ze kunnen allemaal tegelijk bloeien.

Boeren en tuinders houden helemaal niet van deze distel, want het is een hele taaie. Ze hebben er zelfs een paar spreekwoorden over gemaakt: 'distels maaien is distels zaaien' (omdat akkerdistels snel hun zaden loslaten) of 'distels trekken is distels stekken' (omdat er altijd stukjes van de wortels in de grond achterblijven waar meteen weer nieuwe akkerdistels uit groeien). Toch zou het niet best zijn als deze distel er niet meer was. Veel hommels en vlinders zouden dan niet meer kunnen leven.
Speerdistel
De speerdistel is een hele grote soort. Aan zijn bladeren en zijn stengel zitten lange stekels. Het eind van elk blad is heel lang en dun, een soort steel voor de scherpe stekel. Samen lijkt dat wel wat op de speer van een ridder. Daarom kreeg deze plant zijn naam.
Aan elke tak van deze distel bloeit maar één bloem. Op die bloem is het voor insecten veilig. De gekleurde bloemblaadjes zijn bij alle distels zacht. Op speerdistels zie je bijna altijd hommels, vlinders of zweefvliegen zitten, die de lekkere zoete nectar uit de bloembuisjes zuigen. Hommels maken van nectar honing, en doen die in speciale potten in hun nesten onder de grond.
Speerdistels zijn al bijna 200 jaar geleden op schepen meegereisd naar Amerika. Daar kun je deze distel nu overal zien groeien.

Knikkende distel
De knikkende distel laat zijn kopje een beetje hangen. Hij is niet verdrietig, hoor. Misschien kijkt hij wel omlaag om te zien waar de mieren blijven. Deze distel heeft de mieren namelijk nodig om zijn zaden naar andere plekken te brengen, zodat niet alle jonge disteltjes onder de oude gaan groeien. De zaden van alle distels zitten onderaan het pluis dat naar buiten komt als de bloem verwelkt is. Bij de knikkende distel gaat dat precies andersom:

Als de zaadjes van de knikkende distel rijp zijn komt niet het pluis naar buiten, maar de zaden zelf. Aan elk van de zaadjes van de knikkende distel zit een speciaal bultje: het mierenbroodje. Dat bultje zit vol olie en zetmeel. De mieren klimmen helemaal naar boven om de zaadjes op te halen, want hun larven zijn dol op die mierenbroodjes. Eigenlijk zouden ze beter mierenkoekjes kunnen heten.
Je kunt de knikkende distel herkennen aan zijn hangende kopje, maar kijk ook eens goed naar de stekels op de bloem. Die zijn veel dikker en langer dan van alle andere distels in ons land. De stengel is vlak onder de bloem juist weer glad. Mieren kunnen dus makkelijk bij de bloem komen en worden op de bloem beschermd tegen grotere dieren.
Ook de knikkende distel is al honderden jaren geleden naar Amerika gevaren. Daar is hij veel lastiger weg te halen dan de distels die daar altijd al groeiden. Geen enkel Amerikaans insect eet hem. De boeren worden er gek van.
Spaanse ruiter
Op heel bijzondere natte weilandjes, waar het water schoon is en waar zeldzame planten groeien kun je met veel geluk de spaanse ruiter vinden. Dat is een échte distel die tóch geen stekels heeft. Op de randen van zijn bladeren zitten alleen maar kleine witte stekelhaartjes. Daarvan hebben wij geen last, maar misschien zijn ze wél vervelend voor kleine insecten en slakjes. Op de bladeren zit ook dicht, viltig dons. Misschien heeft de spaanse ruiter daar wel genoeg bescherming aan tegen insecten.
De naam van de spaanse ruiter komt niet van een man op een paard. Een 'spaanse ruiter' was een paar honderd jaar geleden iets waarmee soldaten de vijand konden tegenhouden. Het waren lichte blokken, gemaakt van gekruiste balken en prikkeldraad. Misschien lijken de lange stengels van deze distels, die makkelijk omvallen en dan schots en scheef tussen het gras staan, wel wat op die prikkeldraadblokken.

Kruldistel
In de polders, op natte kleigrond, zien we een distel die van onder tot boven vol stekels zit. De randen van hun bladeren zijn gekruld en zitten vol met dunne stekels. Over hun stengels lopen brede randen met dichte rijen stekels. Het is een distel met veel zijtakken, die in grote bossen op het veld staat. Ze staan vaak in de buurt van akkerdistels, maar hun bloemen zijn donkerder en hangen vaak een beetje naar beneden.
Kale jonker
Langs waterkanten en in moerassen groeit deze kleine distel het liefst. Hij lijkt veel op de kruldistel, want ook zijn stengels zitten tot bovenaan vol randen met stekels, maar hij heeft bijna geen zijtakken. De plant heeft eigenlijk maar één lange stengel die onderaan een kring van grote bladeren heeft en helemaal bovenaan een kopje met een paar bloemen. Hij ziet er dus inderdaad wat kaal uit. Een jonker was vroeger een deftig jongetje.
Kruisdistel
Langs de grote rivieren groeit de kruisdistel. Hij heeft geel-groene bloemen met daaromheen een stralenkrans van stekelbladen. De stengels zijn kaal en bijna wit. In de hoogste duinen vlak bij de zee groeit het neefje van de kruisdistel: de blauwe zeedistel. Daarvan hebben de bloemen een blauwe kleur en zijn bladen zijn veel groter en minder ingeknipt. De kruisdistel en de zeedistel zijn geen echte distels: hun zaden hebben geen pluis. Maar pas op: ze kunnen prikken als de beste.

Klitten
De nare kleverige bloemhoofdjes van deze planten ken je vast wel. Als ze eenmaal in je haar zitten heb je er een hele klus aan om ze er weer uit te krijgen. Klitten zijn neefjes van de distels, maar ze hebben geen stekels. De bladeren zien er gewoon uit, met gladde randen, maar de bloemen lijken wél erg op die van distels. De kleur is ook paars en onder de bloem zit een stevige bol met stekels. De truc van een klit zit in de punten van die stekels; ze hebben allemaal een piepklein en vlijmscherp haakje. Het zijn de haakjes die in ons haar en aan onze kleren vast blijven zitten. Ze kleven dus eigenlijk niet, maar haken zich vast.
Als de zaadjes van de klitten rijp zijn wordt de plant droog en kunnen de bloemhoofdjes makkelijk afbreken. Als er een dier langs de plant loopt blijven die bolletjes aan de vacht of de veren van dat dier kleven. Zo komen de zaden op andere plaatsen terecht, dus zonder te hoeven zweven aan een pluisje.
Melkdistels
Een ander neefje van de distel is de melkdistel. Eigenlijk lijken de gele bloemen van deze planten helemaal niet op de paarse distelbloemen, maar de bladeren van sommige melkdistels kunnen je mooi voor de gek houden. De gekroesde melkdistel kun je overal langs sloten, weilanden en paden vinden. Als er nog geen bloemen in zitten lijkt hij precies op een distel. De stekeltjes zijn minder scherp dan die van echte distels, maar de bladeren hebben helemaal dezelfde vorm.
Hoe zie je nu of je een melkdistel hebt gevonden? heel makkelijk: snij een stukje van de steel af en je ziet een druppeltje witte melk op het wondje verschijnen. Vandaar de naam 'melkdistel'.
Distels op de pizza
Wat jullie misschien nog niet weten is dat ook mensen sommige distels eten. In Frankrijk en Italië worden veel artisjokken gegeten. De artisjok is een enorm grote distel met een bloem die zo dik is als een sinaasappel. Rondom die bloem zitten wel stekels, maar die kun je eraf halen. Van binnen is de bloem van de artisjok zacht, en smaakt hij best lekker. Het binnenste noemen we het hart, en eigenlijk zijn dat de zaden en pluisjes die nog niet rijp zijn. Vaak liggen er op pizza's stukjes artisjokhart.
De wetenschappelijke namen voor de echte Pietje Precies:
Klokjesachtige planten (clade Campanuliden)
Asterachtigen (orde Asterales)
Composieten (familie Asteraceae)
Echte distels
Langdoornige distel - Carduus acanthoides Linnaeus 1753
Kruldistel - Carduus crispus Linnaeus 1753
Knikkende distel - Carduus nutans Linnaeus 1753
Tengere distel - Carduus tenuiflorus Curtis 1793
Vederdistels
Aarddistel - Cirsium acaule Scopoli 1769
Akkerdistel - Cirsium arvense (Linnaeus) Scopoli 1772
Spaanse ruiter - Cirsium dissectum (Linnaeus) Hill 1769
Wollige distel - Cirsium eriophorum (Linnaeus) Scopoli 1772
Moesdistel - Cirsium oleraceum (Linnaeus) Scopoli 1769
Kale jonker - Cirsium palustre (Linnaeus) Scopoli 1772
Speerdistel - Cirsium vulgare (Savi) Tenore 1835-1838
Klitten
Grote klit - Arctium lappa Linnaeus 1753
Gewone klit - Arctium minus (Hill) Bernhardi 1800
Donzige klit - Arctium tomentosum Miller 1768
Bosklit - Arctium nemorosum Lejeune 1833
Melkdistels
Gekroesde melkdistel - Sonchus asper (Linnaeus) Hill 1769
Akkermelkdistel - Sonchus arvensis Linnaeus 1753
Gewone melkdistel - Sonchus oleraceus Linnaeus 1753
Moerasmelkdistel - Sonchus palustris Linnaeus 1753
Schermbloemachtigen (orde Apiales)
Schermbloemen (familie Apiaceae of Umbelliferae)
Kruisdistels
Echte kruisdistel - Eryngium campestre Linnaeus 1753
Blauwe zeedistel - Eryngium maritimum Linnaeus 1753
Voor wie nóg meer wil weten zijn hier wat links naar andere sites:
Mierenbroodjes - planten met koekjes voor mieren
Artisjokken - distels eten als groente
Distels in de onnerpolder - mooie foto's van uitgebloeide distels
De putter - waar en wanneer was de putter in Nederland
De distelvlinder - let op: de rups klopt hier niet!
Kruisdistels - de schermbloem die op een distel wilde lijken
Middelste Klit - een plakkerig neefje van de distel
Gekroesde melkdistel - gele bedrieger met stekels
terug naar de vorige pagina
|
klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen
|
|