titel Fietje Waarom concept: PressArt
ontwerp: NaturalMedia

Weetjes uit de natuur
De Grote FieClopedie


Alles over blauwalgen

zomer 2008



Blauwalgen

Wat voor kleur heeft water eigenlijk? Als we water schilderen nemen we meestal blauwe verf, maar is dat wel goed? Water werkt als een spiegel en de blauwe kleur is eigenlijk de blauwe lucht die erin weerspiegelt. Meestal is het water zelf een beetje groen.
Soms zijn slootjes zelfs bijna zwart. Dan stinken ze meestal ook, zeker als je met een stok in de bodem roert. Er komen dan bellen stinkend gas naar boven (zie het elzenbroekbos) Dat gas wordt gemaakt door bacteriën.

Akelige dropstaafjes
Bacteriën zijn de kleinste beestjes die er bestaan. Ze hebben geen oogjes, geen mond en geen armen of benen. De meeste bacteriën lijken op doorzichtige dropstaafjes en zijn zó klein dat je ze alleen kunt zien door een microscoop. Maar je merkt wél dat ze bestaan: kiespijn komt door bacteriën, en als de melk zuur is komt dat door bacteriën. En waarom denk je dat poep stinkt? Er zit niets anders in poep dan wat je eerder hebt opgegeten, maar door de bacteriën is het heel smerig geworden.

Levende kralenketting
Blauwalgen zijn ook een soort bacteriën. Ze zien er een beetje uit als een kralenketting. Tussen de dikke groene kraaltjes zit steeds een rond schijfje dat een beetje anders van kleur is. Blauwalgen kunnen gasbelletjes maken. Gas is wil naar boven, denk maar aan een gasballon. De blauwalg kan daardoor op het hoogste plekje in het water komen. Daar vangen ze het meeste zonlicht op en daar is het water veel warmer dan in de diepte.

Blauwalgen groeien van zonlicht en stoffen die in het water zitten. Vooral in vuil water zitten stoffen waar blauwalgen snel van groeien. Ze krijgen geen jonkies en hebben geen zaden. De kralen in de ketting breken gewoon doormidden en elke helft wordt weer een nieuw kraaltje. Dat gaat veel sneller dan eitjes leggen en uitbroeden.

Jeukverf
Blauwalgen leven in al onze slootjes en vijvers en meestal merk je er niets van. Je ziet ze pas als het water te warm wordt. Dan willen de blauwalgen allemaal naar boven en drijven ze als een dikke laag op het water. Net alsof er vette blauwgroene verf op het water ligt. Er zijn veel dieren die planten lusten, en die blauwalgen zouden ze makkelijk van het water kunnen happen. Maar de blauwalgen hoeven niet bang te zijn. Ze zijn verschrikkelijk giftig en veel dieren lijken dat te weten. Voor mensen is dat gif erg vervelend: we krijgen er jeukende rode vlekken van op onze armen of benen. Je ogen kunnen er rood van worden en als je water met blauwalgen inslikt kun je erge buikpijn krijgen. Sommige mensen worden er heel ziek van.


Drijflaag van blauwalgen op het water.

Een dekentje over de wolken
Het weer is de laatste jaren warmer dan vroeger. Dat komt door de luchtvervuiling. Fabrieken en auto’s blazen vuil in de lucht. Dat vuil gaat omhoog en blijft hoog boven de wolken drijven. Daar ligt het als een dekentje rond om de wereld. In een broeikas, een huisje van glas, hoef je de kachel niet aan te doen als de zon schijnt. Ook als het buiten ijskoud is wordt het binnen lekker warm door de zon. De warmte kan er wel in maar kan er niet meer uit. Het is precies zo met de aarde. De zon kan wel door de vuile laag heen schijnen, maar de warmte kan niet meer weg.

Voor sommige planten en dieren wordt het in ons land te warm. Die verdwijnen. Andere planten en dieren vinden het nu lekker en die groeien veel te hard. Zo is het ook met de blauwalgen.

Algen

Kale zeemeermin
Wie een vijver heeft kent vast wel de lange groene haren die in het water zweven. Nee, ze zijn niet van een zeemeermin: het zijn draadalgen. Draadalgen zijn echte algen. Er zijn veel verschillende soorten algen. Sommige zijn zo klein dat we ze bijna niet kunnen zien, andere zijn enorm groot, zoals zeewier.

In een bloempot of een kooi?
Net als blauwalgen zijn echte algen een soort bacteriën. Maar ze hebben ook bladgroenkorrels, net als planten. Algen zijn dus dieren en planten tegelijk.
Met bladgroen kunnen planten zuurstof maken van zonlicht. Zuurstof is het deel van de lucht dat wij nodig hebben om te ademen. Algen maken ook zuurstof, maar als er geen zon is hebben ze zelf zuurstof nodig. Als het donker is ademen dieren en algen samen zuurstof, er wordt dan geen zuurstof gemaakt.

Algensoep
Als er veel voedsel in het water zit kunnen algen het water helemaal groen kleuren. Algen groeien erg goed als er ijzer in het water is opgelost. In vervuild water dat lekker warm is groeien de algen dus het best. Het worden er dan zoveel dat ze van het water een groene soep maken. Onder in die soep is het donker. De waterplanten en de algen kunnen dan geen zuurstof maken en gebruiken de zuurstof zelf. Vissen en veel andere waterdieren hebben ook zuurstof nodig. Door te veel algen in het water kunnen al die waterdieren dus stikken.

Algeneters

Gelukkig zijn er dieren die algen en blauwalgen eten. Vissen doen dat niet, maar watervlooien en roeipootkreeftjes wél. Ze zijn verre neefjes van de echte kreeften en krabben, maar ook van pissebedden.
In een schone sloot houden deze piepkleine minikreeftjes het water mooi schoon. Ze eten de meeste algen op, maar niet de draadalgen. De kreeftjes kunnen niet goed tegen warmte. Als het water te warm wordt zakken ze naar de bodem. Algen en blauwalgen kunnen juist erg goed groeien in warm en vies water. Als het er teveel worden verdwijnen alle minikreeftjes en blijft er alleen stinkend groen of zwart water over.

Al zijn de minikreeftjes erg klein, ze eten best veel blauwalgen. Dat kan een probleem zijn voor vissen. Als vissen erg veel watervlooien eten die blauwalgen in hun buik hebben, krijgen ze al dat giftige spul zelf ook naar binnen. Watervogels die veel vis eten, als de fuut, krijgen door al die beetjes gif uit de vissen wel heel erg veel gif in hun lijf. Dus zonder dat ze zelf van de blauwalgen eten worden ze tóch vergiftigd.


Watervlooien

Watertrappelen met je voelsprieten
De voelsprieten van watervlooien lijken op handjes met lange vingers. Daarmee slaan ze hard op en neer om vooruit te komen. Ze wippen als sprinkhanen door het water. Door al dat gehuppel zijn ze niet makkelijk te vangen. Het lijkt alsof ze een beetje onhandig zijn, maar het is een goede bescherming tegen hongerige vissen.


Watervlo van opzij en van achteren gezien

Glazen ridder
Met een vergrootglas kun je watervlooien goed bekijken. Ze zijn doorzichtig en je ziet precies wat er binnen in hun lijf zit. Een watervlo zit helemaal in zijn harde, gladde schild. Alleen de roeisprieten steken naar buiten. De kop zit in een soort helm en aan de onderkant hebben veel watervlooien een scherpe stekel. Binnen in hun ‘harnas’ zitten de pootjes van de watervlo. Die gebruiken ze niet meer om te lopen, maar om adem te halen en voedsel uit het water te zeven. Het water wordt met de voelsprieten door het harnas gepompt en stroomt tussen de platte zeefpootjes door.

Mannetjes op bestelling
In de buik van de vrouwtjes zie je altijd een paar eieren. Watervlo-vrouwtjes hebben in de zomer geen mannetjes nodig om eieren te leggen. Pas als de eieren sterk genoeg moeten zijn om de winter door te komen moeten ze door het mannetje bevrucht worden. Er worden daarom alleen in de herfst eieren gemaakt waar mannetjes uit komen.


Roeipootkreeftjes

Een rij beentjes op hun buik
De minikreeftjes met gewone voelsprieten en een gewone staart zijn roeipootkreeftjes. Ze hebben alleen een schild op hun rug en een lange rij pootjes op hun buik. Vier van die pootjes zijn groter dan de andere en worden gebruikt om te zwemmen. Ook de staart wordt gebruikt bij het zwemmen: daarmee kan het kreeftje sturen. Ook roeipootkreeftjes kunnen flinke sprongen maken. Hun voelsprieten gebruiken ze daar niet bij, maar die buigen wel bij iedere sprong mee.

Zaklopen
Roeipootkreeftjes met twee zakjes aan hun achterlijf noemen we eenoogjes of cyclopsen. Het zijn eigenlijk klompjes eieren en alleen de vrouwtjes hebben ze dus. Wanneer je een potje water uit een sloot of een vijver haalt zul je de eenoogjes al snel herkennen.


Steekmuggen

Plafond als eettafel
Larven van steekmuggen zijn niet zo bloeddorstig als hun moeders. Ze leven net als de minikreeftjes van algen. Zo’n muggenlarve hangt de hele dag op z’n kop, aan het puntje van zijn staart. Dat puntje is een beetje vettig en drijft op het water. Het hele lijf van de muggenlarve zit vol lange haren waarmee hij ook de kleinste beweging in het water kan voelen. Dreigt er gevaar, dan kronkelt hij snel naar beneden. Met de lange haren op de kaken werkt een muggenlarve algjes en kleine waterdiertjes naar binnen.

Pop die echt kan zien
Een muggenlarve die groot genoeg is gaat verpoppen. Je herkent muggenpoppen aan hun dikke borststuk. Daarin zie je de vorm van de vleugeltjes al die de mug later zal krijgen. Ook de pop van de steekmug hangt aan het water en kan bliksemsnel wegkronkelen als er gevaar is. Steekmugpoppen hebben al goede ogen, de poppen van veel andere insecten kunnen nog niet goed zien.


Driehoeksmossel

Tijgers uit Rusland
Je kent de gewone mosselen van het strand vast wel, met hun zwarte buitenkant en hun prachtig glanzende binnenkant. Maar in onze sloten en kanalen leeft een andere mossel die misschien nog wel mooier is. De driehoeksmossel heeft witte en donkerbruine tijgerstrepen. Hij is echt driehoekig met scherpe randen. Een paar honderd jaar geleden is deze mossel naar Nederland gehaald uit de rivieren van Zuid-Rusland.

Mosselmondjes
Als de driehoeksmossel haar schelp opent zie je een paar wijd open mondjes aan de zijkant zitten. Daarmee zuigt de mossel water naar binnen en zeeft de algen eruit. De driehoeksmossel kan erg goed tegen het gif van blauwalgen. Het is voor watervogels niet best om de mosselen te eten als er veel blauwalgen in het water zitten, want dan zit er veel gif in. Vogels die mossels eten, zoals de meerkoet, dan eten krijgen zoveel gif naar binnen dat er dood van kunnen gaan. Na een paar maanden zijn de mosselen het gif weer kwijt. Ze hebben er zelf geen last van.


Een groepje driehoeksmosselen met open mondjes.




terug naar de vorige pagina

klik hier voor een overzicht van alle FieClopedie-onderwerpen